Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en onmogelijke plaatsen in Artis broedt. Een pittig diertje is het op het water en aan land, dat zwarte vogelfiguurtje met de rode „bles” op snavel en voorhoofd. In de lissen of irissen van ons vogelpoeltje, op het eilandje in de ruïne-gracht, op de ruïne-muur, in de seringen en wilgen langs de vijver, ja zelfs in onze vijver-bootjes kan het waterhoen zich thuisvoelen en zijn gezin stichten. Als zwarte balletjes zie je de kleintjes achter vader of moeder aanzwemmen of aanhollen. Is de afstand tussen hen en de oudervogel, die voor zijn kroost voedsel zoekt en hun dit in de snavel voorhoudt, wat te groot geworden, dan schieten die balletjes pijlsnel en hollenderwijs het water over.

We hebben eens een proef genomen, hoe een waterhoen zijn nest eigenlijk terug vindt. Toen een paar hun nest in de boot had gemaakt en wel op de voorste roeibank, hebben wij de boot, die met de achtersteven bij de wal lag, andersom gelegd. Wat zagen we toen gebeuren ? Als een der ouders uit de vijver aankwam en op de bootrand wipte, zocht hij zijn nest op de achterste roeibank, die nu naar ’t water gekeerd lag en liep onrustig staartwippend over bank en achterboord in ’t rond (18). Je zag hem hevig zoeken, vóór hij eindelijk het nest gevonden had, waarop hij dan met kennelijke aarzeling pas na een tijdje rustig ging broeden. Hij zocht zo lang, omdat hij maar niet het bekende beeld kon vinden van het nest, zoals hij het altijd ten opzichte van wal en water voor ogen kreeg. De verhouding t.o.v. water en wal was immers anders geworden! Vandaar ook die aarzeling en onrust, omdat het in zijn ogen eerst een vreemd nest scheen te zijn. Sprong hij echter bij gelegenheid op de bootrand en dan metéén binnenboord op de bodem van de boot, dan liep hij zonder aarzeling recht op t nest af en ging er rustig zitten broeden. Dan zag hij blijkbaar alleen de wanden van de boot, waarbinnen niets veranderd was en vond lopend over de bodem der schuit heen zijn nest als vroeger.

Met het verleggen van de boot was voor de vogels niet het broedterrein — dus boot plus omgeving van wal en water! — maar het nést veranderd, of liever van de bekende plaats in het geheel verdwenen. Maar eenmaal binnen in de boot en niet meer wal en water in ’t oog houdend, was er met het nest zelf niets gebeurd en lag het voor de vogels dus op dezelfde plaats. Een vogel neemt, zoals men hieruit merkt, de wereld anders waar dan wij; hij ziet zijn omgeving op eigen, vogelmanier en niet op onze menselijke manier! Zo vinden ook de bijen hun vlieggat, waardoor ze in en uit hun korf gaan, niet door alleen op de korf, maar op korf én omgeving te letten, waarvan ze zich het totale beeld eens voor altijd hebben ingeprent vóór het eerste uitvliegen. Verplaatsen wij de korf, of draaien we hem iets om, zodat het vlieggat anders komt te liggen ten opzichte van een hek en bomen, een muur of andere omgeving, dan zijn de bijen de kluts kwijt en zoeken ze hun vlieggat op de oude plaats, terwijl het nu even om de hoek ligt. Onthoudt dus eens voor goed: we leven allemaal in dezelfde wereld, maar ieder levend wezen ziet, hoort, ruikt of voelt van de wereld uit aandrift of wel van nature datgene, wat als zijn natuurlijke omgeving voor zijn leven en lijfsbehoud van betekenis is!

Sluiten