Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soms niets uitvoeren, bleek mij eens duidelijk, toen ik op het strand van Renesse tal van middagen allerlei onderzoek aan een scholekster-broedpaar deed, waarmee uren gemoeid waren. Op een dier middagen zag ik de gehele tijd een zelfde zilvermeeuw rustig zitten op een paaltje aan het strand. Door niemand gestoord, door geen soortgenoten tot meevliegen opgewekt, wachtte hij geduldig op het afnemend getij, dat voor de zilvermeeuw de door de natuur gedekte tafel betekent. Had in Artis een meeuw zo lang op een paaltje gezeten, dan had men mij stellig gevraagd, of de vogel soms ziek was, heimwee had of zich wellicht verveelde, omdat hij in gevangenschap zo niets te doen had. Dieren zoeken evenals kleine kinderen, als ze niet tot natuurlijke ontspanning, of tot rusten geneigd zijn, altijd hun natuurlijke inspanning.

Hollen kleine kinderen en honden niet puur voor hun pleizier vele malen dezelfde weg heen en weer zonder enige noodzaak en klimmen kinderen niet graag op alle hekjes, op iedere omgevallen boomstam? En zo zijn dieren óók in gevangenschap niet opzettelijk, maar van nature in de weer. Wij zagen toch pelikanen, aalscholvers en lepelaars, die in Artis geen voedsel behoeven te zoeken, vissend, duikend of met de snavel het ondiepe water afzoekend, hun aard en aanleg uitleven, hoewel zij geleerd hebben, op een andere wijze aan de kost te komen. In de natuur geven roofdieren spoorzoekend op ieder zweempje geur, op ieder geritsel of iedere beweging acht. In Artis letten ze op de voetstap en de bewegingen van hun oppasser, op de geluiden en geuren in de achter hun kooien gelegen dienstgang. Als er iets in de tuin passeert, dat voor hen betekenis heeft, ontgaat het hen niet. Zo jagen soms de leeuwen op ons terras wel eens op reigers of eenden, die daar in de vroege ochtend komen neerstrijken. Wij vinden dan de restjes van die vogelmaaltijd in hun nachthokken. Ook vieren ze spelenderwijs hun jachtdrift op elkaar uit.

Of er bij dieren, die ons wel hun natuurlijk driftleven, maar geen geestelijk leven openbaren, van werkelijke verveling sprake kan zijn, is dan ook zeer de vraag. Allerlei factoren werken mee, om een dier min of meer doende te houden. In het apenhuis amuseert groot en klein zich met het jolig gedoe en zal heus niemand meewarig vragen, of de dieren zich vervelen. Wel wordt dit van roafdieren gedacht. Waarom? Omdat er niet genoeg rekening gehouden wordt met aard en aanleg van het beestje, die in Artis onveranderd tot dezelfde uitingen moeten komen als in de natuur. Apen hebben een natuurlijke behoefte om in horden of troepen te leven. Dit brengt over en weer allerlei „bemoei”zucht mee; er is altijd wat gaande. Ze zijn steeds bezig, terwijl roofdieren, die niet in zo sterke mate op elkaar zijn aangewezen, in onze ogen dikwijls een saaie indruk maken. De aangeboren aard van een dier verandert nooit, al kan zijn gedrag aangeleerde verandering te zien geven. Eenden in de Artis-vijver trekken zich van het zomerse geroezemoes der bezoekers niets meer aan. Voorbijgangers hebben ze immers als ongevaarlijk leren kennen. Maar laat er nu eens een voorbijganger over het hekje stappen! Onmiddellijk nemen ze de vlucht. Bemerken ze hoog in de lucht een roofvogel of roofvogelachtige gedaante, dan drukken ze zich altijd weer plat op het water.

3

Sluiten