Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenmin als een zuigeling of een nog heel jong kind tot zulk een zelfbewust kennen, gevoelen en begeren in staat is. Een leeuw jaagt niet voor zijn genoegen; ook blijft hij meestal in een bepaald jachtgebied. Als hij een ander terrein opzoekt, doet hij dat uit noodzaak, uit voedselnood, niet voor zijn pleizier of uit enig ander opzet, zoals wij uit ,,reizen en trekken" gaan.

Wij verlaten nu voorlopig het terras met de luierende leeuwen en gaan eerst eens langs de buitenkooien van de roofdierengalerij kuieren. Ja, daar zien we nu toch enkele leeuwen en Tijgers (31) in actie komen. Waarschijnlijk heeft iemand of iets hun nieuwsgierigheid geprikkeld en hen uit hun rust gehaald. Bij de ganzen in de kindertuin en bij de zwanenvijver spraken wij al over uitdrukkingsvormen, toen we vertelden, dat dieren in hun houding, gezicht of stem ons onwillekeurig openbaren, wat er in hen omgaat.

Laten wij nu bij deze leeuwen en tijgers, bij wie duidelijk een zekere opwinding is te bespeuren, eens goed opletten, hoe ze kijken en hoe ze bewegen, om dan daaruit op te maken, welke aandoening bij hen is opgeweld, waardoor ze uit hun gewone doen zijn geraakt. We zien ze blijkbaar verwonderd in de verte turen, daarna nieuwsgierig opstaan en naderbij komen, gevolgd door een min of meer gejaagd langs de tralies heen en weer rennen, waarbij ze dan soms nog, als ze elkaar in de weg loopen, van ongeduld al snauwend en grauwend over elkaar heen springen. We kijken eens om en bemerken verder op in de tuin een driewielige kar met een wit paard er voor. Dat is voor hen iets niet alledaags, iets ongewoo.ns. Vandaar dus deze gang van zaken.

Toen hun nieuwsgierigheid en misschien hun jachtdrift was opgewekt, werd de drang, naar die vreemde witte verschijning toe te gaan, gestuit door de in hun weg staande tralies. Daardoor ongeduldig geworden, zoals wij dat ook zijn, als iets ons niet lukt, als we ons doel niet kunnen bereiken, bleven zij onbevredigd voor de tralies heen en weer jagen. Hadden zij niet in de galerij, maar op het terras gezeten, dan zouden ze pardoes in het water zijn gesprongen! In het koude nat te land gekomen, waar zij bovendien het paard, doel van hun nieuwsgierigheid en jachtdrift, uit het oog verliezen, zouden zij al gauw bekoeld en geremd in het uitleven van hun aandriften aan de terraskant er weer uitklauteren. We zagen dat dikwijls gebeuren, wanneer de karavaan der drie jonge olifanten op hun wandeling door de tuin aan het terras voorbij ging en de leeuwen daar met een vervaarlijke sprong op afschoten, tot schrik en ontsteltenis, maar toch ook tot voldoening der omstanders.

Hieruit blijkt weer eens, dat onze roofdieren in Artis niet versuft zijn, evenmin als onze in zijn mandje duttende poes, die onmiddellijk in actie komt, als er een geritsel klinkt of als zij een vogeltje in de gaten krijgt, waarop zij van nature moet afgaan. Maar om nu op verschillende uitdrukkingsvormen bij de grote katten terug te komen: let eens op de uiteenlopende gezichtsuitdrukkingen van den gestreepten- of koningstijger, die op de plaatjes bij bladz. 33 zoo „sprekend” te zien komen. Natuurlijk moeten we bij het onderscheiden van uitdrukkingsvormen goed uit onze ogen kijken en oren hebben om te horen, om voorzichtig vergelijkend te werk te kunnen gaan. Zo is b.v. het indrukwekkend brullen van de leeuwen niet een uiting van honger of woede,

Sluiten