Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. DIEREN MET MIN OF MEER STROOMLIJN

’t Loopt tegen kwart over vieren, half vijf. Steeds meer mensen gaan de kant van de achtertuin op, tegen half vijf wordt het zelfs een „run”. In Artis bekend of niet bekend, onwillekeurig loop je mee; de drang, een bepaalde kant op te gaan, werkt aanstekelijk. Uit de verte klinkt je een eigenaardig, hees geluid in de oren. Dat wakkert de verwachting, die je algemeen om je heen voelt, nog meer aan! Kun je over de mensen heenkijken, dan zie je al op een afstand tegen een achterwand van rotssteen, soms na elkaar, soms bij elkaar, de gladde, glanzende gedaanten van zeeleeuwen, die op de brede arduinen rand van het bassin telkens reikhalzend naar hun oppasser komen uitzien en hun ongeduldig, hunkerend geschreeuw doen horen. Een ogenblik later zijn ze in ’t water geglipt om even daarna weer op de rand te verschijnen en hetzelfde spelletje te herhalen.

We zijn nu bij het Zeeleeuwen-bassin aangekomen. Een ieder zoekt zich een geschikt plaatsje te veroveren; kinderen mogen vooraan staan. Er is altijd zo’n animo voor het zien voeren dezer vinpotige roofdieren, dat er indertijd aan weerskanten van het bassin meer gelegenheid is gemaakt om zoveel mogelijk eerste-rangs plaatsen te kunnen bieden. Het is ook inderdaad een verrassend, een boeiend schouwspel. Hebben de begerige zeeleeuwen (61) na lang uitkijken eindelijk hun oppasser met zijn visëmmer in de gaten gekregen, dan zijn ze haast niet te houden van ongeduld. Nadat hij het zijdeurtje, dat toegang

Sluiten