Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naastbijzijnde plaats onverdroten weer opnieuw aan het graven. Door het afrollen van het zand en het spiraalsgewijze langzamerhand zich dieper in de grond werken, ontstaat een trechter. Is deze gereed, dan verbergt de mierenleeuw zich in de bodem daarvan. Alleen de kop met de tang-vormige holle kaken, tot grijpen gereed, steekt in het midden van de valkuil er boven uit. Komt nu een bosmier voorbij, dan rolt deze óf terstond naar beneden óf ze glijdt iets af en tracht weer uit de kuil te klauteren. In het rulle zand kan ze geen vaste voet krijgen, de korrels beginnen naar beneden te rollen. De mierenleeuw, die bij het graven van een kuil, zolang hij nog zand op zijn kop voelt zakken, dit van nature omhoog werpt, smijt ook uit aandrift het zand omhoog, dat de mier, die zich poogt te bevrijden, naar omlaag doet rollen. Een opzettelijk bombardement van de prooi met zand, zoals vaak beweerd werd, is het dus niet. Is de mier eenmaal op de bodem van de trechter te land gekomen, dan is het pleit beslecht.

In het laatst van Juni ligt er inplaats van een loerende mierenleeuw een geelachtig grijs bolletje. Dit is de uit zand en spinsel vervaardigde cocon, waarin de larve zich gaat verpoppen. Na enige weken barst de pophuid, waarbinnen de larve van gedaante verwisselde, open. Na een poos verlaat het volkomen insect, dat met zijn larve-gedaante ook zijn roversnatuur heeft verloren, dat dus niet alleen van lichaamsbouw maar ook van aard en aanleg veranderd is, de cocon. In ons insectarium, waar je altijd mierenleeuwen in hun trechters kunt vinden, snoepen de volwassen insecten graag zoetigheid. Of ze in de natuur ook zulk voedsel zoeken, weet men nog altijd niet met zekerheid.

En hiermede maken wij een eind aan ons hoofdstuk over de stroomlijners. Over de zo bijzonder aan een vliegende levenswijze aangepaste specialisten, de vogels, wier lichaam en vleugels zo prachtig gestroomlijnd zijn en over andere „vliegeniers” uit het dierenrijk hopen we in de toekomst nog eens wat te kunnen vertellen.

5

Sluiten