Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overdag altijd slapen. Want bij hun aangeboren aanleg, zich onzichtbaar te maken, gaat de schutkleur samen met die houding van strak-stil zitten, waarbij ze hun grote vurige ogen, die hen zo licht kunnen verraden, tot op een kiertje geloken houden. Zo kun je ze op het eerste gezicht niet van verweerde stenen of bemoste boomstronken onderscheiden.

Dat ze niet slapen, kun je, als je ze een tijdje waarneemt, ook best merken. Vliegt er n.1. een kraai over of nadert hun blauwgekielde oppasser, dan volgen zij diens bewegingen door draaien met hun kop en blijken ze „stilletjes” door dat kiertje tussen de oogleden te hebben uitgekeken. Dat ze evenmin dagblind zijn, zie je aan de handige manier, waarop ze een hun toegeworpen rat of muis terstond grijpen. De Surinaamse Briluilen (81), die uit de gewone uilentoon vallen, omdat ze niet door een schutkleur, maar juist door een bont geschakeerd verenkleed in ’t spel van licht en donker over ’t hoofd worden gezien, brengen soms wel net als papegaaien hun voedsel met één poot naar de snavel en eten dus „uit hun poot”.

Je kunt uilen ook behagelijk met uitgespreide vleugels naar de zon gekeerd zien zitten (82). Hebben ze hinder van te felle zon, dan vernauwt zich de pupil van ’t oog en wordt desnoods het doorschijnende derde ooglid of „wenkvlies” vanuit de binnenhoek van ’t oog bij wijze van zonneblind er overheen getrokken. Let er eens op, hoe, als ze rustig zijn en bij werkelijk slapen, het onderste ooglid omhoog getrokken wordt. Wanneer ze in onrust verkeren en de schuthouding aannemen, wordt daarentegen het bovenste ooglid naar omlaag gebracht. Worden de uilen niet alleen verontrust, maar dreigt er werkelijk gevaar, dan vliegen ze weg, of als die kans hun is benomen, nemen ze plotseling een dreighouding (79) aan, die enige overeenkomst met die van de roerdomp vertoont. Ze zetten daarbij hun veren op, breiden de vleugels uit, klapperen met de snavel, knipperen met de bovenste oogleden en zien er dan voor een vijand afschrikwekkend uit. Deinst de aanvaller hiervoor nog niet terug, dan grijpen ze hem met de lange, gebogen en vlijmscherpe klauwen aan.

Bij roerdomp en uilen vinden we kleuren en houdingen, die hen ongetwijfeld voor vijanden verbergen, die dus een beschermende betekenis hebben. Het uiterlijk van veel dieren is zó in overeenstemming met hun omgeving, dat ze voor ons en waarschijnlijk voor veel vijanden onzichtbaar zijn, zolang ze zich niet bewegen. Denk maar aan groene sprinkhanen, bladluizen, rupsen in het gras of op groene bladen, aan bruin gekleurde kevers, nachtvlinders of uilen, spinnen op boomstammen, aan wandelende bladen en wandelende takken. Toch moeten wij, wat het toekennen van beschermende betekenis betreft, op onze tellen passen! Het is geraden, niet maar op het eerste gezicht van schutkleur en schuthouding te spreken, voor en aleer ons de levenswijze, de natuurlijke omgeving en de vijanden van de betreffende dieren bekend zijn. Eerst moet duidelijk zijn gebleken, dat kleur en houding, soms zelfs ook nog vorm van het lichaam, het dier zodanig beschermt, dat zijn normale vervolgers er werkelijk door om de tuin geleid worden. Er zijn voorbeelden, die bewijzen, hoe uiterst voorzichtig we wel moeten zijn, want de groene bladluizen b.v. worden ondanks hun mooie groene kleur evengoed door takken-afreizende meesjes en mussen, door larven van het lieve-heers-beestje en door

Sluiten