Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ENGELSCHE KEUKEN.

De Engelsche keuken valt bij buitenlanders doorgaans weinig in den smaak. Geeft ze, evenals de Amerikaansche keuken, veel vleesch, ze stelt daar niet, als deze, een keur van vruchten en sla’s tegenover, waardoor de Engelsche keuken eenzijdig is: driemaal per dag vleesch of visch en als groente vaak niets anders dan, het heele jaar door, kool-uit-het-water aan het middagmaal.

Aan ’t warme o n t b ij t gebruikt men b.v. gebakken haring of gekookte gerookte schelvisch, ham-eneieren, gebakken spek of een dergelijk zwaar gerecht. In gegoede gezinnen zelfs gebakken biefstuk of gebakken nieren (kidney). De rest is dan licht: toast met marmelade, thee of koffie. Toast is niet „geroosterd brood ’ zonder meer. De sneetjes oud wittebrood moeten heel dun en gelijk gesneden en volkomen gelijkmatig gebruind zijn, ook van binnen bros.

Aan de thee wordt meer aandacht besteed dan in ons nonchalante landje. De theepot moet van aardewerk of porcelein, Üefst ongeglazuurd zijn. Men spoelt den theepot om met heet water, doet de theebladen erin en laat ze eenige minuten in den warmen drogen pot liggen. Dan neemt men den pot mee naar den ketel kokend water, en schenkt op.

Het ontbijtgerecht bij uitnemendheid echter, dat de Engelsche jeugd flink en krachtig maakt, is de met recht beroemde ponidge.

Lunch of dinner, de hoofdmaaltijd, geeft weer vleesch, vaak een of anderen stamppot; zelden soep.^Als nagerecht meestal een der ontelbare soorten „pies ’ of vruchtentaarten, of compote met vla (custard).

Bij het klaarmaken van het vleesch is een oven on-

Sluiten