Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veenbessensaus en - gelei.

De saus wordt gebruikt bij vleesch, wild en gevogelte. Men kookt 1 pond bessen op met \ liter water en 4 ons witte suiker. Dan 10 min. doorkoken, terwijl men af en toe de pan zachtjes omschudt. Niet roeren.

Om gelei te maken kookt men de bessen op dezelfde wijze, maar zonder suiker en perst ze dan door een groven doek. Het sap wordt een kwartier lang gekookt, waarna men een zelfde gewicht aan suiker toevoegt; dan weer een kwartier koken en het sap in stopflesschen gieten. Men zet deze flesschen in koud water om te voorkomen dat de gelei er niet uit wil.

Veenbessen kunnen op een droge, luchtige plaats langen tijd bewaard worden. In Nederland komt deze vrucht op Texel voor en wordt ze ook uit Engeland ingevoerd.

Put i panna.

Een schotel van vleesch- en aardappelrestjes.

Men fruit eenige uitjes in ruim vet met boter in de koekenpan, voegt daarbij het kleingehakte gekookte vleesch en de blokjes gekookte aardappel. Men laat alles bruin bakken en dient het op, versierd met spiegeleieren of reepen omelet.

Kleine peperkoekjes.

Benoodigd: 900 gr. stroop, 240 gr. witte suiker,

4 eieren, 4 gr. gemberpoeder, 4 gr. kruidnagelpoeder,

12 gr. kaneel, 27 gr. potasch, 2\ kilo bloem en 425 er. boter. 6

Men kookt de stroop met de suiker tot de suiker gesmolten is, giet het mengsel dan uit en laat het bekoelen. Dan roert men door elkaar de eieren, de

Sluiten