Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LAPLANDSCHE KEUKEN.

De Laplandsche huisvrouw heeft niet veel keus om haar menu te varieeren. Men moet zich tevreden stellen met wat de hodem en het eenige vee: het rendier, opleveren en het eerste is in het hooge Noorden ook al niet veel. De zomer is maar zoo kort. Groenten zijn er niet. Wat aardappelen en bessen, die in ’t najaar in groote menigte in de bosschen geplukt worden, om den heelen winter voorraad te hebben, dat is alles. Het hoofdvoedsel bestaat ’s zomers uit zelf gevangen roode visch, ’s winters uit rendiervleesch, dat met de huid in water gekookt wordt. In ’t najaar worden ook hazen en boschvogels geschoten, die buiten opgehangen worden en daar ze onmiddellijk bevriezen, den heelen winter goed blijven.

Het ontbijt bestaat uit aardappelen, in de schil gekookt en natuurlijk haring. Als de rendierkudden in ’t voorjaar naar zee trekken, moeten de Lappen mee. Al hun hebhen en houden wordt in de slee geladen en de kostbaarste have, nl. levensmiddelen en jong vee, wordt onder de pels geborgen, in het gedeelte dat boven de ceintuur overhangt. Onderweg wordt gepleisterd in keukens die men voor een dag van de bewoners huurt en daar maakt men het zich dan gezellig om den koffieketel. De Laplandsche koffie wordt als volgt gezet: de hoonen worden geplet en in den ketel gekookt in — zout water! En daarmee is de koffie klaar.

De eenige variatie, wat dranken betreft, is rendiermelk, brandewijn en jeneverbesthee.

Een feestmaal begint altijd met brandewijn en men behoort zijn glas in één teug leeg te drinken.

Verder biedt het menu dan een verscheidenheid van

Sluiten