Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rondje, dat daarna in tweeën gevouwen wordt, de randen goed op elkaar. Laat de koekjes in den oven bakken op een beboterden schotel.

D adelconfituren.

Groote droge, harde dadels worden ontpit en halfgaar gekookt. Dan legt men een amandel en een stukje mandarijnschil op de plaats van de pit en laat de dadels vervolgens langen tijd koken in suikerstroop met vanille.

_ Abessynië bestaat het hoofdvoedsel uit pluim, gierst (deze wordt in Nederland wel eens uit Duitschland ingevoerd, nl. de gepelde, welke voor menschenjk gebruik geschikt is); de gierst wordt buiten in den wind gedorscht en de korrels worden door elke huisvrouw gemalen in een uit twee steenen bestaand handmolentje. Van het meel worden smalle brooden gebakken, z.g. indgeria.

Deze gierstbrooden worden op gemakkelijke wijze gebakken, nl. door een door de zon verhitten steen in het deeg te steken. Vaak worden de pannekoekachtige brooden gebruikt om er kleingesneden vleesch of bnj in te rollen. Dit vergemakkelijkt het eten, daar men alles met de vingers moet doen. Het vleesch en de brij worden altijd sterk gekruid, vooral met roode peper. Bij bijzondere gelegenheden wordt een roode scherpe saus op een tinnen bord opgediend; hierin doopt men de stukjes vleesch, waarna men ze in den pannekoek rolt.

Op reis behelpt men zich met gedroogd vleesch (nooit varkensvleesch, volgens Oud-Testamentisch verkol)» geroosterde gierst of gierstpap (bij de Abessyniërs b o s s o geheeten).

Het gepeperde vleesch, vaak wild, heet vol.

De nationale drank is tesj, een uit honing bereide wijn.

Sluiten