Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en een gekruid wit landwijntje er bij is een algemeen gebruikte combinatie. De schapen, die weiden in de tijm, leveren schapenmelk en -kaas en van de schapenmelk maakt men ook yoghurt. Het dier levert verder schapen- en lamsvleesch (amaki), dat in allerlei vormen wordt toebereid. Het volk gebruikt boerenbrood met zoute olijven en ’n inktvischje (kleine octopusjes, gedroogd en fijngestampt), met brandewijn. De gegoeden gebruiken ongezouten wittebrood. Verder veel vruchten: watermeloenen, paarse perziken en de donkere, pitlooze druifjes, die tot krenten gedroogd worden.

Verschillende recepten van warme gerechten, die samenhangen met feesten en gebeurtenissen in het kerkelijk jaar, zijn heel gecompliceerd, niet zoozeer wat de bestanddeelen, maar meer wat de bereidingswijze betreft.

V astengerecht.

Dit gerecht, nauw verwant aan de Roemeensche gevulde wingerdbladen, mag alleen tusschen Paschen en 29 Juni gegeten worden, anders zijn de te gebruiken

bladen niet zacht genoeg meer.

Jonge lindebladen worden gewasschen, met kokend water overgoten en afgedroogd. Dan braadt men een mengsel van gefruite ui, gehakte paddestoelen, rijst, veel fijngehakt dillegroen en iets zout, even op. Vervolgens giet men er wat heet water bij (evenveel als de rijst) en laat het toegedekt zachtjes koken, waarna men er de bladen mee vult, als pakjes. De pakjes worden in een aarden pot met heet water bedekt en langzaam gaargekookt, waarna men ze laat bekoelen en opdient met een pikante saus of mayonnaise.

Sluiten