Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hondelever (uit Li Ki).

Een hondelever bedekken met vet uit de ingewanden van het dier. In water dompelen en dan braden tot ze mooi van kleur is.

Fricassé van kikkers (tsjao tiën ki).

2 pond kikkers onthoofden, stroopen, in koud water wasschen en in stukjes snijden. Een half pond harige boonen eenigen tijd laten weeken en ontvellen; een half pond schoongemaakte bamboespruiten in schijven snijden. Vier ons vet wordt verhit en het vleesch erin gedaan met wat gehakte ui en gember. Twee ons gelen wijn bijgieten en een tijd lang toegedekt houden. Drie ons tsing-tsiang en wat zout bijvoegen, alsmede een flinken kop kippebouillon; de boonen en de bamboeschijven er in werpen, toedekken en laten koken. Een mespunt suiker er door roeren, opdoen en begieten met Yö ons sesamolie.

Vijfgeurige gebakken visch (tsja oe

hiang ju).

Een zeebaars wordt geschrapt, ontgraat, schoongemaakt en met fijn zout ingewreven, waarna men hem 3 uren laat liggen. Daarna inwrijven met miën tsiang, gemalen anijs en hoa tsiao (gemalen zaad, dat overeenkomt met peper, doch zachter is) en daarin 5 dagen laten liggen. Daarna van de kruiderijen ontdoen, in mooten snijden en deze in heet vet werpen. Als ze mooi van kleur zijn, er uit nemen en in een pan doen met 3 ons tsing tsiang, een mespunt suiker en een glas water. Op een flink vuur zetten. Wanneer de bouillon dik wordt, opdienen in het nat waarin de visch is geweekt.

Sluiten