Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dunner te maken. Dan laat men 2 pond witte suiker met wat warm water smelten en voegt de rijst er bij.

Op de tsjoe pi tseu (stoom-installatie) legt men een doek en daarop een laag van deze suikerrijst, dan een laag gepelde pijnpitten, dan een van gepelde en ontvelde walnoten, enz. (men gebruikt ^ pond noten en evenveel pijnpitten). Dan met het deksel sluiten en het vuur flink opstoken.

Voor het opdienen wat kaneelbloempjes er over strooien.

Rijstwijn of gele wijn (hoang isioe).

In rijkelijk water wascht men 2 picols kleefrijst en laat ze dan 2 dagen lang in water weeken. Daarna kookt men ze op stoom gaar, doet ze ergens in en laat ze bekoelen. Vervolgens giet men ze in een groote kruik met 20 pond gluten, dat men eerst heeft behandeld als volgt: het gluten met water tot een deeg kneden, dit in stukken snijden en elk stuk in rijststroo pakken, en alles, liefst in den herfst, op een koele plaats zetten tot het duidelijk uitslaat.

Nu laat men den wijn gisten, voegt 2 pond oranjeschillen bij en sluit de kruik af. Na 3 dagen giet men water bij. Hoe meer men dit doet, hoe meer wijn men verkrijgen zal, maar hoe minder sterk ze wordt. Gedurende een week ettelijke malen daags met een stok omroeren. Dan doet men het mengsel in een zak, die men bezwaart om er al het vocht uit te drukken. Dit giet men in een pan en zet deze op het vuur. Zoodra het begint te koken, afnemen en laten bekoelen. In flesschen gieten en deze goed afsluiten. Tien jaar laten liggen, wil men wijn van goede kwaliteit hebben! Dan heet deze wijn: hoa tiao.

Sluiten