Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoover gegaan, dat bij verkeersongevallen, waarbij de aanrijder onbekend is gebleven (hetgeen herhaaldelijk voorkomt), of waarbij de aanrijder onverzekerd bleek te zijn (hetgeen sinds de invoering van de verplichte W.A.-verzekering uiteraard weinig voorkomt) — en bovendien niet in staat om zelf de schade te vergoeden — het de gezamenlijke assurantiemaatschappijen zijn, die de schadevergoeding moeten uitbetalen! x) 2). Ofschoon de directe actie dus een begrip is met een variabelen inhoud, is de strekking uiteraard wel overal gelijk. Alvorens nu te onderzoeken, of de directe actie wenschelijk, resp. toelaatbaar is, zullen wij ons eerst nog hebben af te vragen, of door het gecombineerde systeem : verplichte W.A.-verzekering + directe actie het beoogde doel wordt bereikt (het beoogde doel was, gelijk wij zagen: het zeker stellen van de schadeloosstellingen van verkeersslachtoffers).

Het antwoord op deze vraag moet ongetwijfeld ontkennend luiden : het doel wordt zelfs in de verste verte niet bereikt. Daartoe zou het immers noodig zijn, dat alle weggebruikers verplicht werden een W.A.-verzekering te sluiten 3); hiertoe evenwel zijn weinig voorstanders van de verplichte verzekering geneigd. Weliswaar worden de meeste verkeersongevallen door motorrijtuigen veroorzaakt, maar er is nog steeds een behoorlijk kwantum, dat voor rekening van andere voertuigen en vooral van fietsen komt 4); er zijn helaas ook ongevallen, welke uitsluitend veroorzaakt worden <— door de te beschermen voetgangers zelf 5); een

!) Het totaalbedrag dezer schaden wordt jaarlijks omgeslagen over alle tot de W.A.-verzekering toegelaten assurantie-maatschappijen, en wel naar rato van het premie-inkomen uit deze tak van verzekering. Naar men ons mededeelde, bedroeg het totaalbedrag dezer schaden circa 200.000 Kr. jaarlijks.

2) Voor nadere bijzonderheden met betrekking tot de Zweedsche regeling worde, behalve naar de genoemde Zweedsche wet, verwezen naar Schérer, „L'assurance obligatoire des dommages, causés par les accidents d'automobiles", Diss., Parijs, 1931, blz. 87, v. Ook Nolst Trénité, „Advocatenblad", 1934, blz. 131, vermeldt eenige gegevens.

3) Wij zullen nu nog maar aannemen, dat uitsluitend de verkeersslachtoffers deze vérgaande bescherming behoeven ; zou men alle candidaat-slachtoffers van anderer onrechtmatige daad willen beschermen, dan zou men de verplichte verzekering niet alleen tot alle staatsburgers moeten uitstrekken, maar bovendien tot alle mogelijke W.A.-schaden !

4) Blijkens de publicaties van het Centraal Bureau voor de Statistiek vonden in 1936 in Nederland 21.692 verkeersongevallen plaats door de schuld van motorrijtuigbestuurders, terwijl 11.181 verkeersongevallen plaats vonden door de schuld van bestuurders van andere vervoermiddelen; deze „andere vervoermiddelen" zijn uiteraard voor het grootste deel fietsen.

B) Volgens de in noot 4 genoemde publicatie waren er in 1935 in Nederland 3333 verkeersongevallen, waarvan aangetoond is, dat ze aan voetgangers waren te wijten ; voor 1936 was dit cijfer 3430 ; het spreekt wel vanzelf, dat in werkelijkheid het aantal beduidend hooger is. Door fouten van voetgangers (d.i. alweer : door bewezen fouten) werden in 1935 225 personen gedood en 2692 personen gewond ; voor 1936 zijn deze cijfers 247 gedood en 2804 gewond ! Het aantal dooden, veroorzaakt door fouten van bestuurders van alle vervoermiddelen tesamen bedroeg 427 in 1935 en 409 en 1936 ! !

Sluiten