Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekening van iemand anders, wie dan ook, gesloten, en het belang gaat over op niemand ; zou het belang — het geheele vermogen van den verzekerde — overgaan op een ander (ingevolge overlijden van den verzekerde), dan zou de verzekering tevens een einde vinden ; de essentialia van de verzekering „voor wien het aangaat" ontbreken. Een andere grond dan de „billijkheid" is deze actie dan ook ten eenenmale ontzegd.

Thans nog iets over het functionneeren van de directe actie in de practijk. Er wordt dus een rechtstreeksche band gelegd tusschen den W.A.-verzekeraar en het slachtoffer van diens verzekerde. Wat is de aard en wat zijn de consequenties van dien band ? Wij zagen reeds eerder hoe de jurisprudentie in Frankrijk getracht heeft — en trouwens nog steeds tracht — om deze ..directe actie" tot een logisch geheel te vormen. Men kan erover van meening verschillen, of de jurisprudentie in het trekken van de hoofdlijnen geslaagd is ; wij spraken er hierboven over en zullen er thans niet op terugkomen. W^ij willen er nog even de aandacht op vestigen, tot welke zonderlinge consequenties de uitspraken van den rechter, juist op dit gebied, plegen te voeren. Voorbeelden hiervan vindt men te kust en te keur in de jurisprudentie van alle landen, welke de directe actie kennen ; wij zullen ons hier beperken tot eenige voorbeelden, ontleend aan de Fransche practijk i).

In de eerste plaats dan zij vermeld een vrij recente uitspraak van het- Hof van Colmar. De feiten waren de volgende : Op 23 Juni 1931 overreed de Heer M. een zekeren Hirsch, die nog denzelfden dag aan de gevolgen van het ongeval overleden is. M. wordt in de strafzaak in twee instanties veroordeeld, en gelijk. tijdig wordt tegen hem een schadevergoeding toegewezen, groot 63.000 francs, ten behoeve van de kinderen van Hirsch. De assurantiemaatschappij weigert te betalen, omdat de desbetreffende verzekering reeds vanaf 17 Maart 1931 voor onbepaalden tijd geschorst was. De kinderen van Hirsch stelden een directe actie in tegen de verzekeringmaatschappij en verkregen in de eerste instantie toewijzing van hun vordering. De assurantiemaatschappij ging in beroep bij het Hof van Colmar, dat, evenals de rechtbank, de verzekeringmaatschappij in het ongelijk stelde. Enkele overwegingen van het Hof laten wij hier volgen 2): Attendu que les actes sous-seing privé n'ont de date contre les tiers que du jour oü ils ont été enregistrés, du jour de la mort de celui ou de 1'un de ceux qui les ont souscrits, ou du jour oü leur substance est con-

!) De hier gegeven voorbeelden zijn genomen uit de laatste te onzer beschikking staande publicaties. Men kan zonder de minste moeite in alle exemplaren van de ,,Revue Générale" soortgelijke voorbeelden vinden.

2) Men vindt dit arrest, dat van 12 Mei 1936 is, o.a. gepubliceerd in Rev. Gén. 1937, blz. 509, v.

Sluiten