Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bemoeiingen van beter gezinde Keizers, de voltooiing der monarchie onder Diocletianus en Constantijn en het diepe verval van het geheele volk, worden ons in het strafproces geteekend en geven ons daar, méér dan in eenige andere uiting van het Romeinsche leven, een getrouw beeld van den toenmaligen toestand 14).

De quaestiones perpetuae — om maar een enkel concreet geval te noemen — door de tijdsomstandigheden in het leven geroepen, soms gewijzigd door den invloed der volkspartijen die beurtelings elkaar de zege betwistten en elkander verdrongen, naarmate elk harer in het aristocratische of in het demokratische beginsel haar steun zocht, leveren in den tijd der republiek een overtuigend voorbeeld van den invloed der politiek op het strafproces 15).

Wanneer in het latere Romeinsche recht het strafproces een meer inquisitoir karakter krijgt, zoo, dat ook zonder het indienen van eene aanklacht een strafbaar feit wordt vervolgd, dan blijkt het dat aan de Romeinsche republiek en met deze aan den strijd der politieke partijen een einde is gekomen, en dat de volksregeering is overgegaan op den eersten burger, den princeps senatus, den Keizer.

Als later in het germaansch-oud frankische recht het RügeVerfahren opkomt en van overheidswege een begin wordt gemaakt met het vervolgen en bestraffen van „gerügte" wetsovertreders, dan blijkt het dat de sterke hand van Karei den Grooten daarachter zit. Onder zijn opvolgers, die veel minder krachtig waren, verdwijnt het ,,Rüge-Verfahren" dan ook weer.

En wanneer het opvalt, dat het accusatoire strafproces in Duitschland tot vér in den nieuwen tijd blijft gelden, dan moet de voornaamste oorzaak daarvan worden gezocht in den geringen staatkundigen invloed die uitging van het door keurvorsten beheerschte koningschap en het dientengevolge volslagen gemis aan dynastieke continuïteit. Ook is de strijd tusschen Keizer en Paus daar niet vreemd aan.

14) GUSTAV GEIB. Geschichte des römischen Criminalprocesses bis zum Tode Justinians. Leipzig, 1842.

15) G. L. jansma van der Ploeg. De strafrechtspleging en het strafrecht der Romeinen in verband met de ontwikkeling van staat en volk. Amsterdam, 1855, bladz. 53.

Sluiten