Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

völligen Zerreissung der Staatseinheit auf deutschem Boden gesucht werden 17).

Te véél centraal gezag leidde hier tot ongewenscht gebruik van de pijnbank en te vér gaande doorvoering van het inquisitoire principe. (De ordonnantie van 1539 en 1670.)

De revolutie van 1789 heeft ook hier dit euvel resoluut afgeschaft en een procesvorm gebracht, die, met bijmenging van bestanddeelen aan het Engelsch strafproces ontleend, meer in accusatoire richting ging.

Ook in eigen land vinden wij hetzelfde nauwe verband tusschen de staatkundige geschiedenis en de wijze van strafvordering. Voornamelijk in den tijd der Republiek zien wij in de plakkaten duidelijk den toenmaligen staatkundigen geest doorstralen.

Overal heerschte een streven om het aanzien der steden hoog te verheffen, om beschermende bepalingen voor poorters en stedelijke ambtenaren vast te stellen, terwijl men zich onbarmhartig toonde in de plakkaten tegen bedelaars en landloopers, die, tegen de algemeene rechtsbeginselen in, bijna zonder aanwijzingen gepijnigd konden worden.

Evenals elders oefende ook hier de omwenteling van 1795 zulk een merkbaren invloed uit op de manier van procedeeren in crimineele zaken, dat de pijnbank ,,dat barbaarsche steunsel van het regt doen op confessie" werd afgeschaft 18).

Het te onzent merkbare verzet tegen den individueelen geest van ons huidig wetboek van strafvordering schijnt ook te berusten op staatkundige motieven.

§ 3. De accusatoire en inquisitoire vorm van het strafproces.

Wij hebben reeds eenige malen de uitdrukking „accusatoir en rnquisitoir strafproces" gebezigd en willen nu eerst in enkele trekken aangeven waarin het verschil tusschen deze beide vormen van strafvordering bestaat. Dit moge al zeer eenvoudig schijnen, maar, wie den stroom van literatuur, over ons onderwerp handelend, naslaat,

1') C. REINHOLD KÖSTLIN. Der Wendepunkt des deutschen Strafverfahrens im neunzehnten Jahrhundert. Tübingen, 1849, bladz. 201.

ls) De bosch Kemper. Wetboek van Strafvordering. I. Inleiding CXXIII/ CXXXIX.

Sluiten