Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral Zachariae's meening is zeer sterk gevormd door de misbruiken van het Duitsche strafproces in het midden der 19e eeuw.

Es ist unrichtig, zegt hij, den Begriff des inquisitorischen Prinzips in der amtlichen Verfolgung aufgehen zu lassen, wie es von den Meisten geschieht30).

Volgens hem ligt het criterium van het onderscheid tusschen accusatoir en inquisitoir strafproces in de geheel verschillende positie van den verdachte bij beide procesvormen.

Das Wesen des Untersuchungs-Prinzips beruht demnach auf der subjectiven Willkür ... oder auf den Walten des individuellen Ermessens.

Das Wesen des accusatorischen Prinzips finden wir aber in der geordneten Verhandlung einer Sache zwischen zwei in freier, gleichberechtigter Stellung sich gegenüberstehenden Subjecten vor einer unparteiischen, das Verfahren dirigirenden dritten Person, zu dem Zwecke, um eine auf vollstandige und klare Anschauung der concreten Verhaltnisse gegründete, richterliche Entscheidung derselben über die in der Sache collidirenden Rechte zu erhalten31).

Ook in onzen tijd ontbreekt niet het verschil van opvatting over wat onder het accusatoire en wat onder het inquisitoire karakter van het strafproces moet worden verstaan.

Van Heynsbergen gaf de volgende omschrijving:

\ inquisitoir zijn de beginselen, dat de vervolging wordt

ingesteld van overheidswege, dat de rechter niet lijdelijk is, maar zelf onderzoekt, dat het onderzoek niet in zijn geheel openbaar en de verdachte voorwerp van onderzoek is. De kenmerken van een inquisitoir proces liggen naar hedendaagsche opvatting hierin, dat de Staat een strafvervolging instelt ook zonder dat de gelaedeerde dit wenscht; dat de verdachte object van onderzoek is; dat het onderzoek door den rechter geschiedt, vrij, niet aan vormen en termijnen ge-

bladz. 89; vermeld bij J. GlASER. Handbuch des Strafprozesses. Leipzig, 1883, Deel I, bladz. 27/28.

30) H. A. ZACHARIAE. Handbuch des deutschen Strafverfahrens. I. Göttingen, 1860, bladz. 41.

31) Die Gebrechen und die Reform des Strafverfahrens. Göttingen, 1846, bladz. 41/3, 53.

Sluiten