Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straf uit te spreken. De balling stelde zich buiten den Staat, de Staat had alzoo van hem niets meer te vreezen. Straf was dus het middel om den Staat bij zijn bestaan te handhaven2).

Wij zullen hierna zien van hoe grooten invloed deze beschouwing is geweest op de positie van den beschuldigde in het strafgeding. Hoewel een beschrijving van de geschiedenis der Romeinsche strafrechtspleging zeer zeker in nauw verband staat met ons onderwerp zullen wij deze toch alleen in zooverre vermelden als voor een juist begrip van het volgende van belang moet worden geacht.

De crimineele jurisdictie, als erfdeel van het Koningschap, bij den overgang naar de Republiek den voornaamsten magistraten, den Consuls, ten deel gevallen, was, in een klein tijdsverloop, aanmerkelijk beperkt en grootendeels op het volk en den senaat overgegaan3). Daar nu de opperste macht, volgens de inrichting der Republiek, berustte bij het volk, was het voortaan de Staat zélf die in de rechtspraak des volks optrad als bestraffer der misdaden, als vertegenwoordiger van het algemeen volksbelang.

Openbaarheid bij de behandeling van strafzaken stond dan ook op den voorgrond. Wat kon men anders verwachten bij een volk voor hetwelk een inbreuk op de ,,salus rei publicae" als een alle burgers rakende kwestie, en openbaarheid als de machtigste waarborg, voor beschuldigde en volk en voor de onpartijdigheid van den rechter werd beschouwd! Vandaar ook dat de gewone strafzaken van oudsher mondeling ten aanhoore van het geheele volk, in de comitia vergaderd, werden behandeld en ieder burger het recht toekwam een aanklacht bij den bevoegden magistraat in te dienen 4).

Bij den overgang van de rechtspraak op het volk kon deze wijze van procedeeren in strafzaken, als strijdig met de bestaande orde van zaken, niet blijven bestaan, hoewel het accusatoire proces als zoodanig in tegenstelling met het inquisitoire beginsel inderdaad

2) G. L. JANSMA VAN DER PLOEG. De strafrechtspleging en het strafrecht der Romeinen, bladz. 47/48.

3) W. H. PUCHTA. Der Inquisitions-Prozess. Wie alle Strafgewalt, so ging auch die strafrechtliche nach Vertreibung der Könige von dem Volke aus und wurde von ihm und den republikanischen Obrigkeiten dergestallt geübt dasz gegen einen römischen Burger, auf Veranlassung eines magistratischen Gewalthabers von dem in den Comitien versammelten Volk, öffentlich und feierlich Gericht gehalten und geurteilt wurden, bladz. 49.

J) G. L. JANSMA VAN DER PLOEG, bladz. 38.

Sluiten