Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij volkomen bleef gehandhaafd. Niemand echter kon eenige zaak tot een punt van behandeling bij het volk in de comitia aanbrengen dan alleen die hoogere magistraten aan wie het veroorloofd was met het volk te handelen 5). Het beginsel, dat geen strafproces gevoerd kon worden dan op een bepaalde aanklacht, bracht mede, dat noodzakelijkerwijze bij het vervallen van de aanklacht ook van een onderzoek der zaak geen sprake meer kon zijn6»7).

Hoe was nu de positie van den beschuldigde nadat den beschuldiger toegestaan was zijn aanklacht in te dienen? Hoewel hij zijn burgerrecht behield en, zoo hij magistraat was, zijn functie, kon hij toch niet dingen naar nieuwe posities, alvorens zich van de aanklacht gezuiverd te hebben 8). In den eersten tijd schijnt het regel geweest te zijn den aangeklaagde in bewaring te doen stellen; een uitzondering was het wanneer hij tegen borgstelling op vrije voeten werd gelaten. In lateren tijd werd, bij de hooge waardij die aan het Romeinsche burgerschap werd gehecht, waarvan de geschiedenis van den Apostel Paulus, zelfs nog onder de eerste keizers, een merkwaardig voorbeeld oplevert, de uitzondering regel9).

In den tijd die verliep tusschen aanklacht en openbare behandeling, bereidden beide partijen zich voor op verdediging en aanval. De aanklager, voorzien van een rechterlijken vrijbrief, kon alle overtuigingsstukken in zijn bezit brengen, getuigen doen verschijnen en ondervragen. Bij dit onderzoek had de beklaagde het recht den beschuldiger te volgen, al zijn handelingen na te gaan en te controleeren, bij het getuigenverhoor tegenwoordig te zijn en de telastelegging van zijn kant te onderzoeken.

Op den dag, bepaald voor de terechtzitting, verscheen de beklaagde in rouwgewaad, met onverzorgde haren en de houding van een smeekeling. Hij was vergezeld van vrienden en naaste verwanten, eveneens in havelooze kleeding, die als laudatores het woord voor hem voerden door het volk opmerkzaam te maken op

°) FAUSTIN hélie. Traité de 1'instruction Criminelle, bladz. 30. °) G. L. JANSMA VAN der ploeg, bladz. 39; hélie, bladz. 43.

") PlERRE AyRAULT. L'ordre, formalité et Instruction Iudiciaire. bladz. 166. Cöme le pere & le fils sont relatifs, aussi le sont 1'accusateur & 1'accusé: de fagö que si cestuicy n'est point, il ne peut y auoir ny accusation, ne accusateur.

8) HÉLIE, bladz. 43.

9) G. L. JANSMA VAN der Ploeg, bladz. 39; Handel, der Apostelen XXII : 24.

Sluiten