Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misdrijven wekken geen eerzucht, maken geen hartstochten gaande; hun vervolging wordt overgelaten aan de lage hartstochten van beleedigde partijen; vaak blijven ze ongestraft_£ovendien had de accusator drie functies te vervullen: hij was aanklager, rechtercommissaris en ambtenaar van het O.M. Waar bleef de onpartijdigheid als men slechts zijn eigen belang behartigde? Zeer terecht zegt HÉLIE: ,,Tous les intéréts étaient représentés hors 1'intérêt de la société".

Dan ook bracht de lijdelijkheid van de judices mee, dat de gang van de geheele procedure berustte bij de partijen. Geen enkele remmende macht plaatste zich tusschen hen. Waaraan moesten de rechters zich houden wanneer zij geen anderen maatstaf voor hunne beslissingen hadden dan de bewijzen die de partijen hun in heftige en verwarde debatten beliefden te leveren? Een dergelijk systeem van vrije aanklacht kon thans, ondanks hare vroegere practische bruikbaarheid, niet meer de waarborgen verschaffen voor een strafprocesrecht dat met de eischen van een gëheel veranderden tijd noodzakelijk rekening diende te houden.

Het mag dan ook niet verwonderen dat het inquisitoire beginsel, bij de instelling van temporeele quaestiones aan den dag getreden, zich zocht te ontwikkelen, vooral tengevolge van de misbruiken, ontstaan bij het stelsel van vrije aanklacht. Het inbrengen van een klacht was in handen geraakt, deels van lieden uit den lageren stand, die dikwijls daartoe door anderen als werktuigen werden gebruikt, deels van lichtzinnige jonge lieden, die, om naam te maken, het meermalen waagden aanzienlijke mannen van een andere partij van misdaad aan te klagen. Was het wonder, dat een aanklager, vooral als hij meermalen als zoodanig optrad, met zekeren afkeer werd aangezien en fatsoenlijke lieden zich meer en meer terugtrokken? Wel zocht men nu door middel van belooningen de burgers aan te sporen van hun recht gebruik te maken, beseffend dat anders menige misdaad ongestraft gepleegd zou worden, maar deze belooningen, bestaande in een deel van de geldboeten of verbeurdverklaringen der veroordeelden, het verleenen van burgerrecht en soms straffeloosheid voor den medeplichtige, bevorderden nog meer het euvel dat men er mede dacht te bestrijden.

Was het wonder, dat, nu karakterloosheid en moreele verdorven-

Sluiten