Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ecclesia non sitit sanguinem; poenam tarnen sanguinis infligere non possunt20). Ecclesia abhorret sanguinem. Ecclesia gladium non habet nisi spiritualem, qui non occidit, sed vivificat 27).

Maar wel veroordeelde zij behalve tot tijdelijke straffen tot het geven van aalmoezen, tot boetedoening, paste ontzegging van geldelijke inkomsten toe, sprak, het eerst, gevangenisstraf uit, verwees de schuldigen naar de galeien, ter geeseling, of verbande hen. Bovendien legde zij geestelijke straffen op als censuur, degradatie, afzetting en excommunicatie.

Wanneer de veroordeelde zich evenwel niet vrijwillig aan het vonnis van den geestelijken rechter onderwierp was de bisschop genoodzaakt, bij ontstentenis van elke sanctie, de hulp in te roepen van de wereldlijke macht.

Placuit ut Clerici non distringantur vel dijudicentur nisi a propriis Episcopis. Fas enim non est ut divini muneris ministri temporalium potestatum subdantur arbitrio. Nam si propriorum Episcoporum jussionibus inobedientes exstiterint, tune, juxta canonicas sanctiones, per potestates exteras adducantur, id est, per judices seculares 28).

Dat onder de Karolingische vorsten de Kerk zich in zoo sterke mate van de rechtspraak had weten meester te maken, moet ons, gezien de krachtige figuur van den voornaamsten vertegenwoordiger, Karei de Groote, wel eenigszins bevreemden. In tijden van opstand en onderwerping, uitbreiding van grenzen en het vestigen van nieuwe toestanden, moest het afstaan van een belangrijk machtsmiddel van den Staat als de rechtspraak, aan een instituut, dat geen gelegenheid zou laten voorbijgaan zijn geestelijk gezag te doen zegevieren, een bedenkelijke daad heeten. Karei de Groote begreep evenwel zeer goed dat het voor hem ten eenenmale ondoenlijk was, om tegelijkertijd zijn operaties op militair terrein tot een goed einde te brengen en om tevens zelf de regeerder van zijn volk te zijn. Wat was dan ook vanzelfsprekender dan dat hij zich wendde tot de eenigste, werkelijk levende en georganiseerde macht, de Kerk, en deze belastte met de rechtspraak over de onderdanen, die hij zelf

20) Cap. 4, X, lib. V, tit. 17.

27) Idem.

28) Caroli Calvi Capitul. lib. VII, cap. CCCCXXII, Bal. I, 1115.

Sluiten