Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

...item, paree qu'il est a croire qu'on avait meilleure justice des juges d'église, tant a cause de leur sainteté qu'a cause aussi de leur suffisance, n'y ayant presque anciennement en France qu'eux qui fussent lettrés, d'ou vient que nous appelons encore clerc celui qui est lettré. (XV, § 55.)

De kosteloosheid der rechtspraak en de mogelijkheid tot verhaal der proceskosten op de verliezende partij maakten de kerkelijke gerechten des te meer gezocht. De kennis en de toenemende bestudeering van het Romeinsche Recht bood den justiciabelen een veel zekerder waarborg voor een nauwkeurig onderzoek dan de arbitraire jurisdictie der wereldlijke rechtbanken met hun zuiver formeele en bijgeloovige bewijslevering. Allen, die hun recht niet wisten te schragen met hun macht, konden niet anders dan in den tijd van de feodale orde, tevens de tijd der sociale wanorde, hun toevlucht zoeken in de armen van de Kerk, die daar in de zwarte ruwheid der tijden stond als een wenkend licht voor zwakken en armen.

anucic i.cucii van vuui^cui vuui uc y etrsieiijKe gerecnien was gelegen in de omstandigheid, dat, anders dan bij de rechtspraak der rachimburgi en de schepenen, de kerkelijke rechtbanken een permanent college vormden. Waren dus de gevallen talrijk, waarin van de geestelijke rechtspraak, dank zij de waarborgen die zij bood, vrijwillig gebruik werd gemaakt, toch stelde de Kerk zich daarmede niet tevreden maar trok, vasthoudend aan hare bewering, dat zij de jurisdictie van God had ontvangen en niet van de menschen34), alle zaken aan zich die met de Kerk in eenig verband konden worden gebracht.

Zij had zoo successievelijk aan zich getrokken:

le. de kennisneming van delicten door geestelijken begaan, en 2e. de rechtspraak over allen die, direct of indirect, de belangen van Kerk of leer konden schaden,

en op deze wijze verkregen een rechtspraak-privilege over personen, (ratione personae), en over zaken, (ratione materiae).

ad. le. Wij hebben reeds gezien, hoe onder de Frankische koningen, evenzeer als onder de Romeinsche Keizers, al degenen die tot den geestelijken stand behoorden, onttrokken waren aan de competentie der wereldlijke rechters en onderworpen aan de recht-

34) P. AYRAULT. Inst. Jud. II. 2e p. no. 7.

Sluiten