Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vond men steun in de Heilige Schrift waar Judas, hoewel Jezus wist dat hij een dief was, niet uit den discipelkring werd gestooten, nu er niemand was die hem aanklaagde. Eveneens in het woord van Jezus tot de overspelige vrouw uit Joh. 8:10, 11. Indien niemand U beschuldigt, zoo beschuldig ik U ook niet.

Judicis non est sine accusatore damnare, quia et Dominus Judam cum fur esset, sciebat, sed quia non est accusatus, minime objecit. Et legitur Christum dixisse mulieri, qui pro adulterio adducta erat coram eo. Qui te accusat, o muiier? et ipsam respondisse: „Nemo Domine, et Dominum dixisse: Si nemo te accusat, nee ego te condemno" 53).

De beschuldiging moest schriftelijk worden geformuleerd.

Accusatorum personae numquam recipiantur sine scripto: Inscriptio semper primo fiat. : sicut accusationem legitima debet praecedere inscriptio... 54).

Overigens werd het proces geheel mondeling en in het openbaar gevoerd. De aanklager moest evenals in het Romeinsche Recht zijn beschuldiging bewijzen op straffe van de talio.

Qui crimen objicit, scribat se probaturum; et qui non probaverit, quod objicit, poenam quam intulerit, ipse patiatur. Calumniator, si in accusationem deficeret, talionem recipiat 55).

Aanklager en beschuldigde moeten beiden tegenwoordig zijn.

Necesse et secundum sacrarum scripturarum documenta, ac secundum justitiae tramitem, et accusatum, ac accusatorem simul adesse56).

De partijen moesten zelf hun verdediging voeren en mochten zich niet van de hulp van een derde voorzien.

In criminalibus causis nee accusator, nisi per se, aliquem accusare potest, nee accusatus per aliam personam se defendere permittitur 57).

De reden hiervan moet gezocht worden in de omstandigheid, dat

63) c. 17, C. II, q. I.

54) c. 1, C. II, q. VIII.

55) C. 4, C. II, q. VIII. 58) c. 21, C. III, q. IX. 5') C. 2, C. V, q. III.

Sluiten