Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Kerk, de geestelijken, die zich hoe langer hoe meer met andere (wereldlijke) dan hun eigen (geestelijke) zaken inlieten, den pas wilde afsnijden, ,,ne dum humana lucra attendunt, aeterna praemia perdant"58); daarom moeten ze hun zaken toevertrouwen aan advocaten.

Ook hier in het kanonieke recht vinden wij dus als procesvorm de vrije aanklacht met openbare debatten. Geërfd van de Romeinsche procesrechtelijke nalatenschap 59) bleken deze groote principes nog altijd wel gefundeerd te zijn in den bodem der wetgeving, maar nieuwe wortels slaan deden zij niet. Het is dan ook uiterst bevreemdend, dat een procesvorm door de Kerk overgenomen wordt uit het Romeinsche Recht, hoewel zij daar op volslagen ontreddering was uitgeloopen. Wij hebben hiervoor twee redenen kunnen vinden. In de eerste plaats was daar de brandende ijver voor het geloof die volgaarne de bezwaren, verbonden aan een accusatio, op zich nam als maar de Kerk in haar ongereptheid kon worden gediend. BOUIX in zijn „Tractatus de Judiciis Ecclesiasticis" wijdt een aparte bespreking aan de vraag waarom de

forma procedendi per viam accusationis nee eam habuit imperfectionem, qua eadem forma in jure Romano laborabat,

en komt dan tot de volgende conclusie:

sed neque adjunctam habuit eam imperfectionem qua jus Romanum laborabat. Nam in eo deficiebat jus Romanum, quod, num unica pateret accusationis via, ob tremendum quoad accusatorem probandi onus, (uit vrees voor den bewijslast) impunita deficientibus accusatoribus remanerent multa delicta, non sine notabili boni publici detrimento. Atvero inconveniens hoe non parum temperabatur quoad judicia ecclesiastica. Zelus enim tutandae fidei et removendi scandala satis fideles urgebat ad suscipiendum ubi opus erat, accusationis onus (II, 27).

Een andere reden, waarop we boven reeds gewezen hebben, lag in de omstandigheid, dat de Kerk aanvankelijk angstvallig nieuwe instellingen trachtte te vermijden en zich bij voorkeur aansloot bij

BS) c. 3, C. V, q. III.

59) NlC. MÜNCHEN. Das Kanonische Gerichtsverfahren und Strafrecht. I, bladz. 365. Auch die Lehre über das Accusationsverfahren hat das Kanonische Recht fast ganz aus dem römischen aufgenommen.

Sluiten