Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naarmate zij (n.1. de Kerk) in de nieuw gestichte Germaansche rijken een meer zelfstandige plaats begint in te nemen, aldus Frui|N, en het van haar zelf uitgaande Canonieke recht zich meer ontwikkelt, vervallen ook de redenen, waarom zij het Romeinsche Recht tot dusver bijzonder begunstigd had. Wel blijft zij er zich voortdurend van bedienen om haar eigen recht aan te vullen, en past zij het als zoodanig in de geestelijke gerechten toe, maar het „Ecclesia vivit secundum legem Romanam", verliest toch meer en meer zijn beteekenis 62).

Allengs kwam een andere procesvorm op, de „denuntiatio", die, hoewel zij ook in het laat-Romeinsche Recht niet onbekend was, toch hoofdzakelijk in het Canonieke recht ijverig werd toegepast.

De isto tamen modo cognoscendi de maleficio non sic traditum est nobis de iure civili, ut de iure canonico 63).

In zijn oorspronkelijken vorm — onder Innocentius III werden eenige wijzigingen aangebracht — berustte deze denuntiatio op Mattheus XVIII : 15, 17 en werd wegens dezen oorsprong „evangelica genoemd. Nu was volgens sommige bewijsplaatsen reeds bij de accusatio den aanklager de verplichting opgelegd, zijn aanklacht vooraf te doen gaan door een „monitio charitativa".

Si quis episcopus, ab illis accusatoribus, qui recipiendi sunt, accusatus fuerit, postquam ab eis charitative conventus fuerit... 64). Sed si quis in Episcopum causam habuerit, primitus eum caritative conveniat. placuit, ut si quaecumque persona contra Episcopum vel actores Ecclesiae se proprium crediderit habere negotium, prius ad eum recurrat caritatis studeo 65).

De practijk echter schijnt zich er niet veel aan gestoord te hebben.

Reeds van oude tijden werd deze denuntiatio aangewend. Het „zeg het der gemeente" veranderde in de practijk in een aanwijzing aan de kerkoversten; de charitativa admonitio bleef echter bestaan, „sicut accusationem legitima debet praecedere inscriptio, sic 6 denunciationem charitativa monitio"66). Wanneer de gedenun-

62) J- a. fruin. De strijd tusschen het Canonieke en het Romeinsche recht, etc. Utrecht, 1879.

®3) albertus gandinus. Tractatus de Maleficiis, bladz. 34, ed. kantorowicz.

04) X. V. tit 1, cap. 2.

°5) Capitul. Karol. M. et Ludovici Pii. libri VII, additio IV, Bal. I, 1192/93.

8e) X. V. tit. I, cap. 24; X. V. tit. 3, cap. 31.

Sluiten