Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De rechter, in het accusatoire proces vrijwel lijdelijk, kreeg bij de denuntiatio een groot aandeel in de procesvoering.

Judex teneatur ex officio inquirere et processum incipere, citando et examinando testes et alia probationis media per denuntiatorem contre delinquentes suggesta, adeo ut si omittat, peccet ob denegatam seu neglectam justitiam, teneaturque ad syndicatum, et amittat jurisdictionem quoad illam causam 74).

De denunciatio was dan ook zeer zeker een stap in de richting van het inquisitoire proces.

Et haec ipsa adeo denuntiatio paravit viam processui inquisitorio 75).

Denuntiatio judicialis imprimis efficit hoe, quod aperiat viam ad inquisitionem specialem: ita ut judex, facta sibi denuntiatione vere judiciali, non tantum possit, sed' teneatur ex officio inquirere, et processum incipere... 76).

III. Notoria (infamia).

In den ouderen tijd waren er twee gevallen bekend, waarin de rechter, zonder dat een aanklacht noodig was, ex officio kon optreden en den delinquent tot boete of straf mocht veroordeelen. Dit deed zich voor:

Ie. bij de z.g. „delicta manifesta" (notoria) en IIe. in gevallen waar „infamia" voorhanden was.

Ad. Ie. Den grondslag voor de delicta manifesta zocht men in Galaten V : 19, 21.

De werken des vleesches nu zijn openbaar: welke zijn overspel, hoererij, onreinheid, ontuchtigheid, afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen, nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen en dergelijke 77).

Manifesta quippe sunt (teste Apostoli) opera carnis, fornicatio, immunditia.

Nu werd door Gratianus de vraag gesteld of in geval van een delictum manifestum de gewone procesorde (accusatio) gevolgd

74) BOUIX, II, bladz. 51.

75) THOMASIUS, ibidem, par. 51.

70) BOUIX, II, bladz. 54/5.

77) c. 15, 16, 17, 21, C. II, q. 1: c. 21, 22, C. XI, q. 3.

Sluiten