Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwaad gerucht, nog als vereischte gesteld wordt voor het instellen eener vervolging, in de wijze waarop de zaak verder wordt afgehandeld.

Bij de infamatio volgt een purgatio zonder dat de rechter zich verdiept over de vraag of de infamatus werkelijk schuldig is. Een zuiver formeele handeling dus waarbij onderzoek naar de materieele waarheid eenvoudig achterwege bleef.

Maar als Innocentius III deze purgatio bijkans schrapt en daarvoor de Inquisitio in de plaats stelt, een inquisitio naar de waarheid der infamia, dan zien we, hoe eigenlijk toch maar een kleine verandering, afschaffing van de purgatio en invoering der inquisitio, het formeele bewijs in één slag onderste boven werpt en een materieel onderzoek naar de al-of-niet gegrondheid der infamia, daarvoor in de plaats stelt.

In de practijk der rechtspraak bracht deze wijziging van den grooten kerkvorst enorm veel verzet mee. Geen wonder! Tot nu toe had vooral de hoogere geestelijkheid in de purgatio, formeel als zij was, een gemakkelijk hanteerbaar middel gevonden om zich van een infamatio te zuiveren. Maar juist die gemakkelijke hanteerbaarheid was het geweest die allerlei grove misbruiken in de hand werkte en van den reinigingseed een al te lichtvaardig gebruik deed maken. Vooral een man als Innocentius III kon het niet ontgaan en hem niet werkeloos doen blijven toezien. We zullen nog nader zien, hoe hij bij zijn rechtvaardiging van de invoering der inquisitio naast het beroep op de Heilige Schrift, ook de handhaving der orde en tucht onder de geestelijkheid, als een zeer voorname, zoo niet de ware reden der invoering vermeldt.

De eerste sporen der inquisitio, den „modus novum extraordinarium", vinden wij in c. un. X. ut eccles. benef. (III, 12) van het jaar 1198. De aartsbisschop van Milaan had bij bezetting van een ambt simonie gepleegd. Innocentius III liet een onderzoek instellen. De aartsbisschop beklaagde zich dat er tegen hem geen accusatio ingesteld en geen proces gevoerd was, weshalve hij de nieuwe manier van handelen tegen hem niet wenschte te erkennen en er den Paus een verwijt van maakte dat deze als accusator en judex tegelijk was opgetreden. Innocentius rechtvaardigde den nieuwen procesvorm met de opmerking dat deze handelwijze niet als een buitengewone maatregel moest worden beschouwd, maar als iets

6

Sluiten