Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is haast overbodig op te merken, dat de inquisitio niet terstond zonder slag of stoot de accusatio heeft verdrongen. De laatste genoot nog altijd de voorkeur. Ook DURANTUS was de meening toegedaan, dat, alvorens een inquisitio ingesteld werd, nog een termijn gegeven moest worden, teneinde den aanklager in de gelegenheid te stellen een accusatio in te dienen96). Was het reeds moeilijk geweest hare invoering, mede door beroep op gezaghebbende bewijsplaatsen, te bewerken, hare toepassing was verre van algemeen. Aan tal van beperkingen was het instellen eener inquisitio gebonden. Enkele daarvan willen wij nagaan.

Allereerst moest elke inquisitio worden voorafgegaan door een „infamia, publica fama", d.w.z. een openbaar verbreid gerucht dat iemand een ongeoorloofde handeling had gepleegd, of door clamosa insinuatio, d.w.z. meerdere, herhaaldelijke aanwijzingen.

sic ... & inquisitionem debet clamosa insinuatio praevenire". (c. 31, X, V, tit. 3, de Simonia) 97). Nisi super praedictis famam ipsius laesam esse noveritis, vos ad inquisitionem illorum non subito procedatis. (c. 19, X, V, tit. 1 de accus.)

Niet voldoende was het wanneer slechts een libellus infamationis ingediend werd. „Contra non-infamatum, super veritate criminum inquiri non debet, etiamsi libellus famosus contra eum oblatus fuerit in secreto". (Par. 1, cap. 21, X, V, 1 de accusat.) Ook niet wanneer twee of drie personen iemand als „infamatus" aangaven, zonder dat het gerucht algemeen verbreid was. „Qui (judex) propter dicta paucorum eum infatum reputare non debet" (par. 2, cap. 21, X, V, tit. 1 de accus). Ook moest het gerucht afkomstig zijn van eerlijke, betrouwbare personen. „Non quidem a malevolis & maledicis, sed a providis & honestis, nee semel tantum, sed saepe". (c. 24, X, V, tit. 1 de accus.) Al deze beperkingen op de toepassing der inquisitio werden ook genoemd door albertus Gandinus98).

fl0) GUILLELMUS DURANTUS. Speculttm Judiciale. 1271, pars tertia. De inquisitionibus rubr. 3.

97) Idem, infamia reperta super criminibus veritate inquiret. rubr. 2.

98) Tractatus de maleficiis, ± 1260. Quomodo de maleficiis cognoscatur per inquisitionem. Rubrica. Par. 3. Uitgegeven door: Hermann Kantorowicz. Albertus Gandinus und das Strafrecht der Scholastik. Berlin, 1907.

Sluiten