Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

familie bij de uitoefening der wraak (faida, inimicitia), voornamelijk bij doodslag, bleef tot in de 15de eeuw bestaan.

Man sol in (den klager) helffen mit der parthen, mit dem peyheyl (bijl) und mit dem messer zu verstucken. daz er in vom leben zum tode bringt. (Een Bamberger vonnis uit de 15de eeuw) 4).

Ook de Germaanschrechtelijke bewijsmiddelen, vooral de tweekamp, leidden tot hetzelfde accusatoire principe. Zoolang deze instelling bestond was het vanzelfsprekend dat er niemand te vinden was, die, met zijn leven als inzet, wenschte op te treden in plaats van den door het misdrijf getroffene.

Evenzeer leidde het systeem der compositio, wraakafkoop, boetetax, tot het „claghen" der verwanten van den verslagene.

Overal in het Germaansche gold dan ook aanvankelijk het adagium:

Wo kein Cleger ist, do ist auch kein Richter.

Zoo Tacitus, Germania, cap. 12:

Licet apud concilium accusare quoque et discrimen capitis intendere.

Eveneens de Lex Salica (Schriften der Akademie für deutsches Recht. Germanenrechte, Bd. 2, bladz. 20):

Si quis hominem innocentem et absentem de culpis minoribus ad regem-accusayenï MMD. denarii qui faciant solidos LXII culpabilis indicetur.

Si vero talem crimen ei imputaverit unde mori debuisset, si verum fuisset, ille qui eum accusaverit VIII. M. denariis qui faciunt solidos CC. culpabilis indicetur.

Evenzeer de Lex Visigothorum, VIII, tit. 1, par. 1:

Iudex reum, qui accusatur, antea non torquat, quam ille, qui accusat se ea condicione constringat, ut si his, qui accusatus est, manifestis indiciis innocens comprobatur, ipse penam quam ille intendit, excipiat.

Ook nog Haltaus, (Glossarium Germanicum medii aevii. voce Anklage):

4) cf. H. ZOEPFL. Die peinliche Gerichtsordnung Kaiser Karl's V. nebst der Bamberger und der Brandenburger Halsgerichtsordnung. Leipzig, 1883, bladz. 391, aant. 2.

Sluiten