Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wur dar neman claghet, dar ne darf neman richten (1323).

Ook de Sachsenspiegel kent den regel dat de vervolging van een misdrijf afhankelijk is van den wil van den getroffene of diens familie.

Man ne sal niemanne dvingen to nener klage der he nicht begunt ne hevet. Manlik mut sines scaden wol svigen de wile he wel. (Ssp. I, 62, par. 1.)

Es sol aber ein ieder Land Richter in Sacken, Mord, Brand, Raup, Todtschlag, Diebstahl oder einigerley andere Sachen, nicht für sich selbst, oder ex officio, ohne klag, besonders allein auf der klager oder beschuldigten anruffen und begehren .... Ladung oder Verkundung ausgehen lassen und procediren (1545). (HALTAUS voce Anklage.)

Met openbaarheid der rechtzitting en mondelinge verhandeling maakte deze, overal in gebruik zijnde, procesvorm de grondtrekken uit van het oudere Germaansche strafproces.

Voor het verloop van de procedure, door vormvoorschriften, die soms aan het Romeinsche Recht doen denken, nauwkeurig bepaald5), verwijzen wij weer naar de, op dit hoofdstuk betrekking hebbende, literatuur.

Uitvoerig wordt daar de procesgang geschilderd. Als zijnde niet volstrekt noodzakelijk voor het doel dat wij ons gesteld hebben, laten wij den „Richter" (judex), die in het Germaansche Recht uitsluitend zorgt voor de „Hegung" van het gerecht, de „oordeelvinders" (boni homines, rachimburgii, judices) die, op hun door den „Richter" gestelde vragen het juiste vonnis „vinden" en dus belast zijn met de „Rechtspflege", alsmede alles wat betrekking heeft op „geboden" en „ongeboden" ding, de uiterst formeele dagvaarding (bannitio, mannitio, mallatio, adhramitio), de plaats der terechtzitting en wat verder slechts zijdelings van belang zou kunnen zijn, weg en letten uitsluitend op datgene, wat als aanwijzing kan dienen voor het doorbreken van de inquisitoire gedachte in het Germaansche strafproces.

In een tijd dat de band tusschen individu en gemeenschap niet

s) Der deutsche Prozess litt an einem übertriebenen Formalismus. Erklaren laszt sich diese Übertreibung der Formen vor allen aus der Geldsucht der Richter. (C. VON SCHWERIN. Grundzüge der deutschen Rechtsgeschichte. 1934. bladz. 8).

Sluiten