Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cie zorgen voor het gemeenebest op den achtergrond schoof. De aanwezigheid van soms meer dan één Keizer en hun onderlinge strijd hadden de aandacht van de binnenlandsche orde en rechtspleging afgeleid; de strijd tusschen Keizer en Paus verhinderde ook maar de minste poging, zoo die al gedaan werd, om in eigen gebied orde op zaken te stellen. Waar zóó de verhouding was tusschen de hoogste gezagsdragers behoefde men zich over de onderlinge verhouding der lagere organen geen illusies te maken. Wanorde overal was de gewone stand van zaken. Vele onderscheidingen in de leenrechtelijke verhoudingen veroorzaakten evenzooveel of nog meer aanleidingen tot vijandelijkheden. Leenmannen onttrokken zich aan de macht van den leenheer en achterleenmannen poogden zich aan de banden van hun leenman te ontworstelen tuk op eigen zelfstandigheid. Van dit alles werd de gewone man natuurlijk de dupe en trok de misdadiger dubbel profijt. Zekerheid voor een rustig bestaan, onmisbare voorwaarde voor een gezonde samenleving, was, hoezeer ook begeerd, nergens tastbaar. Doorwerking van krachtige maatregelen van hoogerhand om orde te scheppen nergens aanwijsbaar. Was het wonder dat de inquisitoire gedachte 8) in Duitschland, zoo die al hier en daar tijdelijk aanwezig was, niet voldoende levenskracht toegevoerd kreeg om zich te handhaven en uit te groeien tot een instituut vele eeuwen eerder in Frankrijk reeds bekend? Als resultaat zullen wij dan ook vinden dat het accusatoire proces nog langen tijd blijft gehandhaafd en weer wordt opgenomen in de Constitutio Carolina Criminalis van 1532 ondanks het feit dat haar fundamenten reeds vermolmd waren. Nog lang zou blijven bestaan het adagium:

„wo kein clegher ist, do ist ouch kein richter".

8) In jener Zeit strebte nur jedes, mit den Waffen in der Hand, die Freiheit und Unverletzlichkeit seiner Persönlichkeit zu sichern. Nur von dem Einzelnen ging man aus, und bezog alles nur auf das Einzelne, und die Idee eines Staatsorganismus war noch fremd. Daher ergibt es sich dann auch von selbst, dasz von einem inquisitorischen Verfahren das nur auf Beförderung und Erhaltung des Gemeinwohls berechnet ist, und wodurch die Rechte des Einzelnen so sehr gefahrdet werden, in einer Zeit nicht die Rede sein kanr», wo kaum die Grundlagen eines Staats gelegt, wo noch überall die rohen Krafte des Individuen in wildem Streit miteinander begriffen waren. (E. HENKE. Grundrisz einer Geschichte des deutschen peinlichen Rechts und der peinlichen Rechtswissenschaft. I, bladz. 71).

Sluiten