Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door deze hervorming werd een eigenaardig proces tusschen de twee bekende vormen, aanklacht en Polizeiverfahren, van het oude volksrecht ingeschoven. Aan het accusatoire proces ontleende het de formeele bestanddeelen, aan het Polizeiverfahren de gedachte van vervolging van ambtswege {ex officio).

Deze Frankische inquisitio was in wezen niets anders dan de eerste loot van het latere inquisitoire proces. Daartoe had een geleidelijke ontwikkeling het kunnen brengen. Maar, evenals in het voorjaar de vorst dikwijls de versche jonge loten der veldvruchten bevriest en de plant in haar groei terugdringt, zóó werd ook de verdere ontwikkeling van deze instelling in haar schuchter begin geknakt.

Evenals in de Send-gerechten, waar deze procesvorm overgenomen was, begon ook in den na-Karolingischen tijd de herinnering aan een zelfstandig ingrijpen van ambtswege te vervluchtigen.

Het gebruik, dat een heele gt oep ingezetenen beëedigd en ondervraagd werd, sleet langzamerhand uit. En geen wonder! De personen, die aangewezen waren te riigen, waren allesbehalve gezien.

Hun verklaringen, die oorspronkelijk fiscale aangelegenheden betroffen, kwamen maar al te vaak met particuliere belangen in botsing, zoodat zij uitdrukkelijk beschermd moesten worden opdat ,,nihil laesionis vel inuiriae quis machinare praesumat". Wat er overbleef was een aanklacht-plicht van den enkeling.

Wat nu de procedure betreft die gevolgd werd wanneer iemand werd ,,gerügt", daarvan is niet alles volkomen duidelijk. Wie aldus als „infamis, clamodicus" was aangewezen, moest zich verantwoorden. Ontkende hij en bleef een aanklager achterwege, dan kon hij zich door het afleggen van een reinigingseed zuiveren. (Capit. Car. Calvi. tit. 45, no. 3 en 7.)

Een inquisitoire gedachte lag aan deze procedure in zooverre ten grondslag, dat bepaalde personen werden aangewezen om aangifte te doen van, hun bekende, misdrijven. Een optreden van overheidswege dus. Het proces, dat volgde, was nog volkomen accusatoir. De rechter zélf stelde geen onderzoek in. Het eigenlijke inquisitoire karakter ontbrak er dus nog aan. Op dit punt was er dus een aanmerkelijk verschil met het Rügeproces der Sendgerechten. Hiér volgde op de Rüge een inquisitio, door den rechter ambtshalve ingesteld; bij het Karolingische Rügeproces was de Rüge slechts

Sluiten