Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een rondvraag, gericht tot de, tot aanbrengen van begane delicten, aangewezen personen.

De overgang naar het inquisitoire proces in Duitschland werd verder vergemakkelijkt doordat het accusatoire proces in de Middeleeuwen veel van zijn omslachtigheid verloor 14). Vele formaliteiten, die bij het accusatoire proces een groote belemmering waren, vielen weg bij, wat wij tegenwoordig zouden noemen, betrapping op heeterdaad, (hanthafte dat, hantgetat, handadige daad, hantdedige leute, homines in manifesto facinore comprehensi.) De „Sachsenspiegel" formuleert dit begrip aldus:

Die hanthafte dat is dar, svar enen man mit der dat begript. oder in der vlucht der dat, oder düve oder rof in sinen geweren hevet, dar he selve den slotel to dreget, it ne si so kiene, dat man 't in en venster steken moge. (Ssp. II, 35.)

Werd de dader op heeterdaad betrapt, dan moest de benadeelde hem, onder het aanheffen van een bepaald geschreeuw (Gerüfte) achtervolgen, waartoe de omwonenden eveneens verplicht waren. (Schreileute.)

Op deze wijze kreeg de klager de beschikking over een aantal getuigen (6) die mèt hem den vredeverstoorder moesten „overzevenen" (übersiebnen).

Man ne sal niemanne dvingen to nener klage, der he nicht begunt ne hevet. Scriet he aver dat geruchte, dat mut he vulvorderen mit rechte, wende dat geruchte is der klage begin. (Ssp. I, 62, par. 1.)

Svene man mit der hanthaften dat veit, also alse he gevangen wirt, also, sal man ine vor gerichte bringen, unde selve sevede sal ine die klegere vertügen. (Ssp. I, 66, par. 1.)

Op werkelijk geniale wijze werd hier, zooals we verderop zullen zien, het probleem opgelost, hierin bestaande, dat eenerzijds de wraaklust van dengene, die den dader op heeterdaad betrapte,

14) Der deutsche Prozess litt an einem übertriebenen Formalismus. Es ist für uns Heutige einfach unverstandlich, wenn wir hören, dasz jeder Fehler im Nachsprechen der gepreszten Wortformeln, ja ein Erbleichen und Stammeln wahrend des Vortrages den Verlust des Prozesses oder wenigstens eine Busse (Wette) an den Richter herbeiführen konnten. (H. FEHR. Deutsche Rechtsgeschichte, bladz. 198).

Sluiten