Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermoedens was voor den rechter het materieele bewijs dat het misdrijf gepleegd was.

Van übersiebnen is hier geen sprake meer. Het spreekt van zelf dat deze overgang niet zoo plotseling plaats vond. Een verzwakking en afwijking vinden we reeds in diè privileges waarbij toegestaan werd een op heeterdaad betrapte met slechts twee eedshelpers te doen veroordeelen ls).

Verder moeten wij nog de aandacht vestigen op een instelling, die, eenerzijds voortgesproten uit de zucht naar geldelijke voordeelen, toch anderzijds de niet te miskennen trekken vertoont van een voortschrijdende bemoeiing van overheidswege met de handhaving der openbare orde en rust.

Wij bedoelen het ambtshalve aanklagen van een, daartoe door de overheid aangestelden, ambtenaar.

Biener meent den oorsprong van dit instituut te moeten afleiden uit den grondregel van het oude Germaansche accusatoire proces dat overal een aanklager vereischte. Waar nu in vele gevallen geen aanklager optrad of niet aanwezig was, nam men de toevlucht tot het „klagen van ambtswege".

Onmiskenbaar treffen wij hier de inquisitoire gedachte in haar eerste optreden: zonder een private aanklager af te wachten wordt een misdrijf ambtshalve vervolgd.

"Zoo b.v. bij zware misdrijven als doodstraf.

spirae omnia olim erant sine accusatore impunita, praeter homicidium, quod ex officio vindicabat Judex.

War gein klager ist, daren sall ock gein Richter sein, et sey dan Saeke dar Vorfaite oder Gewalt geschiet, wolde dan de klager nit klagen, so mote man na alder Gewonheit einen klager setten, up dat unse gnadige Herr und de Rath nit verkortet werde 19). (Stadrecht van Soest.)

Wem auch Schade oder Vngemach geschicht, wanne der

18) De Bamberger Halsgerichtsordnung van 1507 verbood het übersiebnen met andere ,,alten Miszbrauchen des Halsgerichts".

„Von alten missprewchen der halsgericht"

CCLXXIII. Item das besiben der vbeltetter vnd ander missprewch, auch alle ordnung vnser halssgericht, so Keyserlichen rechten vnd diser vnser ordnung widerwertig sein, wollen wir hiemit auffgehaben vnd abgethan haben, vnangesehen, ob sie lang oder kurtz herkommen sein. (Bamberger u. Brandenb. H. G. O.).

Sluiten