Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uebelthaten verstanden; auch in gemeinen Rechten erfunden werden, dasz die zu Zeiten nothdürftig und gut ware. Als auch solches oft nach berührten Aussagen oder Denunciren durch die weltlichen Richter mag fürgenommen werden.

Een ander werk met dezelfde strekking is de „richterliche Klagspiegel" van Sebastian Brant van 1516.

In den titel „Iudicis officium in procedendo" zegt hij onder meer:

Merk wenn einer geladen wird von Amtswegen und vorm Richter erscheint, so soll fürbasz der Richter bestellen einen, der anspreche von Amtswegen, und derselb heiszt ein Förderer des Amts, promotor officii zu Latein.

Anderzijds heeft de rijkswetgeving van Karei V, belichaamd in de „Constitutio Criminalis Carolina", aan het particuliere recht paal en perk gesteld en van boven af de eenheidsgedachte op wetgevend gebied sterk bevorderd.

Stad- en landrecht en ook de boeren- en hofgerechten namen steeds meer hun toevlucht tot de algemeene wetgeving.

Evenwel valt het gemakkelijk in te zien dat mèt de invoering der „Peinliche Gerichtsordnung Kaiser Karl's V" niet voorgoed een eind gemaakt was aan elk particulier streven naar behoud van wat er school aan jurisdictie bij de, op maatschappelijke indeeling berustende, rechtsprekende organen; daarvoor was tijd noodig, hechtere fundeering en doorwerking van centraal gezag.

Al in de voorrede van de C. C. C. werd, in verband met hun scherp verzet, de rechtspraak van keurvorsten, vorsten en stenden geëerbiedigd.

Doch wollen wir durch dise gnedige erinnerung Churfürsten Fürsten vnd Stenden, an jren alten wolherbrachten rechtmessigen vnnd billichen gebreuchen, nichts benommen haben 23).

Deze z.g. „salvatorische clausule" was een ruime concessie aan het particularisme waardoor de oorspronkelijke gedachte weer belangrijk werd beperkt. Trouwens, nieuw recht te scheppen had bij de uitvaardiging der C. C. C. niet voorgezeten. De bedoeling was enkel geweest een kort overzicht te geven van de in gebruik zijnde keizerlijke rechten en goede gewoonten ten dienste van de onge-

2:i) Vorrede des peinlichen halssgerichts (1532).

Sluiten