Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dem Zwecke der Voruntersuchung nachtheilig und hinderd in den Weg treten 51).

Op deze wijze kwam men, in verband met de kwestie der Unmittelbarkeit, als vanzelf tot de indeeling van het proces in twee gedeelten, n.1. het vooronderzoek en het eigenlijke onderzoek. (Hauptverfahren.) Verder wilde men op grond van de bestaande, maar verkeerd benutte, onderscheiding van „inquisitio generalis" en „specialis" het vooronderzoek weer gaan splitsen in een „Generalund Special-Inquisition".

Der Moment, aldus ZACHARIAE, wo eine bestimmte Person als Angeschuldigter behandelt werden musz, mag er auch gleich nach Einleitung des Verfahrens eintreten, bleibt zu wichtig und bedeutungsvoll, als dasz er nicht auf die Form des Verfahrens Einflusz haben müszte52).

Wilde men aldus den rechter reeds een gedeelte van zijn, de geheele rechtspraak omvattende, taak ontnemen, door hem van het instellen van het vooronderzoek uit te sluiten, ook deed de vraag zich voor of men nog niet verder diende te gaan en hem als aanklager moest uitsluiten, zoodat zijn werkzaamheid werd beperkt tot het uitspreken van een bindend vonnis.

Men had de vraag ook aldus kunnen formuleeren: moet het inquisitoire strafproces ongerept blijven voortbestaan of moet het, wat vorm en/of principe betreft, door het accusatoire principe en/of vorm worden vervangen?

Nadat ZACHARIAE heeft betoogd dat eenerzijds „eine Erneuerung des alten accusatorischen Processes, wie ihn z.B. noch die P. G. O. als modus procedendi ordinarius hinstellt", ten eenenmale van de baan is, maar dat anderzijds aan het inquisitoire principe dient te worden vastgehouden, komt hij met BlENER tot de inderdaad zeer belangrijke vraag:

ob eine besondere Vertretung des Staats durch einen s.g. Staatsanwalt sich als eine nothwendige und zweckmaszige Einrichtung, im Gegensatz zur jetzt gewöhnlichen Gestaltung unseres Inquisitionsprocesses darstelle?

51) Bij bespreking van BlENER's Verbesserung etc., bladz. 302/3.

52) Ibidem, bladz. 304.

Sluiten