Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiermede was een belangrijke stap gedaan in de richting van het geheime onderzoek.

Wij willen dit nog verder nagaan. Bij het getuigenverhoor onderscheidde men twee vormen: de eigenlijke enquête en de aprise. De eerste, aan bepaalde vormen gebonden, vereischte de medewerking van den beschuldigde. De laatste was een, van ambtswege door den rechter ingesteld, onderzoek buiten den beschuldigde om31). Op deze wijze bevorderde de enquête èn de invoering van een strafvervolging van ambtswege èn opende tevens den weg voor de ontwikkeling van de geheime procedure, die vrijwel samenviel met het instellen van permanente rechtbanken, de parlementen. Van de geestelijke rechtbanken namen deze de geheime procedure over en dit wel te meer omdat de nieuwe wijze van onderzoek het rechterlijk gezag versterkte.

Het eerste voorbeeld van de enquête in de wetgeving is uit den tijd van Lodewijk de Heilige:

Het voorschrift was bedoeld als een ingrijpende verbetering van de bestaande wijze van strafvordering, waarbij een van misdrijf verdacht persoon wel aan een onderzoek kon worden onderworpen, maar niet kon worden veroordeeld wanneer hij niet was aangeklaagd, niet op heeterdaad betrapt of geen bekentenis had afgelegd. (Etabliss., II, Chap. 12 en 16.)

De nieuwe verordening gelastte instructie door „anqueste" van ambtswege.

Mais s'il ne se viaut metre en enquestre, lors le puet bien la joutise et doit faire forsbannir hors dou roiaume, selonc ce qu il sera corpables dou fait, et si come il le trovera par l'anqueste qu'il avra faite de par son office. (Etabl., livre II, XVII.)

Intusschen bleven de rechtszittingen openbaar, alleen de instructie was geheim. Dit laatste was niet het geval wanneer er aanleiding bestond de zaak door een tweegevecht te beslechten. Dan moesten de getuigen in bijzijn van den beschuldigde worden gehoord.

toutes les fois £ on veut examiner tesmongs, soit par enqueste, ou par autre coze, en cort laïe on ne doit pas les oïr haut en

) BeAUMANOIR, ibidem, XL, 13, 14, 15 en 16. Une instruction particuliere par laquelle les faits étaient „appris" au juge. (HÉLIE, I, bladz. 340.)

Sluiten