Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuigen of geschreven oorkonden en het afleggen van den eed met of zonder helpers.

In meerdere kwartieren van Holland verwierf men zich de toezegging aan geen waarheid gebonden te wezen, behalve bij enkele zware misdrijven, als moord, moordbrand, vrouwekracht en vredebreuk.

Item, voort en sullen wy, ofte niemant van onsent wegen, stille "waerheid besitten binnen onse landen voorsz. van geene saecken, het en waer dat hen eenigerhande luiden onderlinge of tegen ons verwillekeurden ter waerheit te blyven, sonder bedwangh van ons, oft van anders yemant van onsent wegen, uitgeseit moort, en moort-brande 8).

Op andere plaatsen werd daarentegen het snelle verloop der waarheid geprezen.

Dese vierschaere (waerhede) is een Justitie, seer verhoopt ende begheert by den goeden, ende seere ghevreest by den quaden, die niet en soecken dan langhe processen. Ende al es dese justitie kort, soo en verhaest sy niemandt9).

Hoe het ook zij, van de noodzaak om te kampen was ieder, wie hij ook mocht zijn, ontslagen.

Voert waer dat yement den anderen te campe anesprake, ende die anegesproken worde die waerheyt begeerende, die soude se hebben.

Een soortgelijke instelling als de waarheid op het platteland vond men in de steden in de z.g. schepenkenning, een getuigenverklaring, buiten de vierschaar om, van drie personen, die met de toedracht der zaak bekend waren. — Hierbij is, anders dan bij de waarheid, de schout niet tegenwoordig.

Ubicunque tres legales homines eliquid viderint et juramento ammoniti fuerint, hoe scabini testabuntur: de causis, quae in nocte evenerint, per scrutationem testabuntur. (Handvest v. Middelburg, bij: Fruin, Dl. VI, bladz. 345.)

De kenning „proeve", die oorspronkelijk alleen bij nachtelijke misdrijven was voorgeschreven, had zich allengs uitgebreid over elk misdrijf, waarbij niet op heeterdaad was betrapt.

8) Handvest voor Noord-Holland van 1346. V. MIERIS, II, 710.

9) BOXHORN. Chroniick van Zeelandt, II, bladz. 82.

Sluiten