Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagteekent van dezen tijd en de, in dezen tijd (1570) uitgevaardigde, „crimineele ordonnantiën" vormen een monument, dat met eere mag worden genoemd14).

Deze wetgeving van Philips II bestond uit twee deelen, namelijk een

Ordinancie, edict, ende gebot, onss-Heeren des conincx, op tstuck van de criminele justicie in dese zyne Nederlanden

en een

Ordinancie onss Heeren des conincx, aengaende den styl generael: Diemen voirtaen sal onderhouden ende observeren in de procedueren van de criminele zaken ende materien, in dese zyne Nederlanden 15).

Voor ons doel is speciaal van belang „de ordonnantie op den styl". Te meer is dit het geval omdat deze Ordonnantiën, tot in het begin van 1811, en alzoo gedurende meer dan twee honderd en veertig jaren, in het midden van en door zoo vele Staatsveranderingen henen, in ons Vaderland behouden en veelal het rigtönoer gebleven is voor Regters, openbare aanklagers, en het voorname behoedende bolwerk voor aangeklaagden i6).

Wat nu de „vormen ende maniere van procederen" betreft, daarvoor geeft art. VII den volgenden regel:

VII. Dat in criminele zaken ende materien geprocedeert sal worden van officie wegen / om de oprechte waerheyt van den feyte te ondersoucken / Ende dat ordinaerlycken ende extraordinaerlycken by corte dagen ende intervallen van tyde.

Dit „ordinaerlycken ende extraordinaerlycken" procedeeren, in den vervolge een bron van misverstand geworden, was echter niet nieuw.

14) M. C. VAN HALL noemt ze in zijn Beschouwing van den verlichten geest en strekking der Crimineele Ordonnantiën: „waardige overblijfselen van oudnederlandsche menschlievende wijsheid en Regtskennis (bladz. 61).

Vgl. W. A. VAN SPAAN. Verhandeling over de Crimineele ordonnantie van Koning Philips in Gelderland. Arnhem 1793.

15) BAVIUS VOORDA. De Crimineele ordonnantiën etc. verzeld van eene Verhandeling over het verstand van de Ordonnantie, etc. Leyden 1792.

le) M. C. VAN HALL. Beschouwing etc., bladz. 58.

Sluiten