Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat eenige appellatie, reformatie, of provocatie daar teegen zal worden toegelaaten.

Hier wordt dus gesproken van een ordinair procedeeren op de confessie volgende. „Zoo ras nu de confessie daar is, zo is de waarheid ontdekt, en behoeft geen proces-orde meer, noch ordinaar, noch extraordinaar, ten einde die te onderzoeken, en door onderzoek te ontdekken." (VOORDA, Verhandeling etc., bladz. 144.)

Een derde beteekenis als in de Resolutie van 1591, heeft de spreekwijze extraordinair procedeeren in een costume van de stad Amsterdam 20).

Art. I. Eerst dat tot Amstelredamme wordt gheprocedeert in criminalibus ordinarie vel extraordinarie, naede saeken bevonden worden, ghedisponeert te zijn / te weten / in conformite van den beschreven Rechten. 1570.

Volgens voorda moet hier onder „ordinarie" worden verstaan een procedeeren in gevallen waar er geen confessie is; „wanneer de beschuldigde door bewijzen moet worden overwonnen. — „Extraordinarie", daar confessie is, en op die confessie wordt geprocedeerd ter definitive zonder rechtsgeding en zonder dingplichtige bewijzen." (Voorda, bladz. 144.)

Wat hebben de 17e eeuwsche juristen onder „extraordinair" procedeeren verstaan?

Simon van Leeuwen geeft in noot 2 op art. VII van de Ordonnantie op den Stijl de volgende definitie:

Ordinaarlijk, dat is, na den gemeenen loop ende treyn van procedeeren, bij dagvaardinge, eysch, antwoord ende productie, dat is opening van stukken, ende toegelaten verantwoordiging. Maar indien de saak ontwijfelijke lijfstraf medebrengt ende dat het feyt kenbaar is, het zy dat den misdader op de daad werd gevonden, of dat het by voorgaande tuygkunden werd bewesen, procedeert men extraordinarie, by kort regt, by dadelijke aantastinge ende gevangenis, ende werd den Misdader gehoort, en op desselfs bekentenis, die hem des weygerende, op de bewijsen met pijnigen werd afgeperst ende uytgehaald, sonder verder figuur van proces, regt gedaan.

20) H. NOORDKERK. Handvesten der Stad Amstelredam. Deel II, Boek I, hfdst. 59.

Sluiten