Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit rechtdoen op confessie werd in de practijk langzamerhand een vast beginsel, ofschoon er aan dit systeem vele nadeelen kleefden, daar men met de gevangenen, van wier schuld men overtuigd was, maar die de pijnbank hadden doorstaan, geen raad wist.

In 1666 werd een commissie benoemd, om van advies te dienen ,,hoedanige nadere ordre ende reglement, omtrent de extraordinaris Crimineele Proceduyren, voornamentlyck van subalterne Rechtbancken gestelt en beraemt soude konnen en behooren te werden".

Deze leverde niets op dan een twist, wat men onder subalterne Rechtbanken te verstaan had.

In 1728 zag een reglement het licht, om te komen tot een bekorting van de processen. (Cau. VI, bladz. 648.)

Enkele jaren later werd aangedrongen op een algeheele revisie der manier van procedeeren in crimineele zaken.

In 1734 benoemden de Staten van Holland een commissie, om een revisie der criminele ordonnantiën, welke men tot grondslag meende te moeten nemen, te bewerkstelligen. Evenals de commissie van 1666 is ook deze in hare werkzaamheden niet geslaagd 27).

De Bosch Kemper maakt melding van een onder hem berustend handschrift, waarschijnlijk opgesteld door den thesauris Hop, waarin de resultaten vermeld zijn van het verhandelde over één der drie punten waaromtrent het advies der commissie was gevraagd.

Art. 15 van het 2e deel van voormeld handschrift bepaalde, dat in alle crimineele zaken extraordinair zou worden geprocedeerd ter ontdekking van de waarheid, en om den beschuldigde tot confessie te brengen, door welke bepaling het beginsel der Hollandsche practijk werd gewettigd en waartegen voorda later zoo te velde trok.

Hoewel het ontwerp meerdere verbeteringen bevatte, is het om onbekende redenen niet ingevoerd.

Door het niet tot stand komen der voorgestelde verbeteringen, werden de ongelegenheden uit de manier van procedeeren om

27) Pointen vervattende het resultaat van het gebesoigneerde der Heeren Commissarissen tot het revideren van de Criminele Ordonnantie en van de Ordonnantie op de Stijl, beide van den jare 1570, ingevolge en ter voldoening van Haar Ed. Groot. Mog. Resolutie van 18 Sept. 1732 en 19 October 1734 (vermeld bij: J. M. KEMPER. Crimineel Wetboek voor het Koningrijk Holland. Amsterdam 1809, bladz. 77.)

Sluiten