Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liep ook die van 1774 op niets uit, zonder dat men verder iets van haar hoorde.

De omwenteling van 1795 bracht eindelijk, althans in naam, afschaffing der pijnbank „dat barbaarsche steunsel van het regt doen op confessie". „De menschlievendheid eischte dit, eene gezonde wysbegeerte vorderde het, en de wil van het Bataafsche Volk heeft dit bevestigd". (Dagverhaal I, bladz. 199).

Veroorzaakte deze afschaffing in de meeste provincies, waar men gewoon was geweest op convictie te veroordeelen, weinig verandering, in Holland bracht zij een geheele stremming in de crimineele rechtspleging te weeg 29).

29) Toen zekere bende huis brekers en moordenaars voor het toenmalig Committée van Justitie teregt stonden, ontkenden zij allen de misdaad tot op het uiterste oogenblik.

En de reden hiervoor (schrijft de Heer VAN HAMELSVELD) bestond alleenlijk, gelijk zeker Gerrit Geezing zeide „omdat zij wisten, dat, ingevolge de oude wijze van regtspleging in criminele zaken, geen Regter ter dood mogt veroordeelen, zonder eigen bekentenis, maar dat hij, bij gebrek daarvan, tot de pijnbank moest komen, welke hij ook wist, dat volgens de toenmalige staatsregeling was afgeschaft: dat hij nu eerst wist, dat er een besluit van de wetgevende magt gekomen was, waarbij de Regter het vermogen had bekomen, om ook zonder confessie regt te doen: (J. H. VAN DER SCHAAF. Proeve van Onderzoek over het verschil tusschen den voormaligen en hedendaagschen vorm van procederen etc., bladz. 60).

Gelykheid, Vryheid, Broederschap.

Het intermediair Uitvoerend Bewind der Bataafsche Republicq, aan het Intermediair Wetgevend Lichaam des Bataafschen Volks.

Medeburgers!

Dat wat aanbelangt zoodanige beschuldigden, welke na de aanneming der Staatsregeling zijn in hegtenis geraakt, wy geenen anderen weg open zien, dan eene van de navolgenden:

Vooreerst: Dat door het Wetgevend Lichaam worde gedecreteerd dat alle zoodanige beschuldigden, welke hunnen misdaad ontkennen, zullen worden ontvangen in ordinair proces.

Ten tweeden: Of dat de Rechtbanken door het Wetgevend Lichaam worden geauthoriseerd en gequalificeerd, om op convictie recht te doen in extra-ordinair crimineel proces.

Ten derden: Of wel dat indien zulks te gevaarlijk voor de personele vrijheid mogt worden geoordeeld, alsdan door het Wetgevend Lichaam bij

Sluiten