Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beslist mild zijn te noemen de voorschriften van het verhooren van Beschuldigden33).

Het goede van de vroegere, op Hollandsche leest geschoeide, ontwerpen met het goede der Fransche wetgeving te vereenigen was de taak der commissie van het ontwerp Wetboek van Strafvordering van 1828, dat geheel overeenstemde met het latere wetboek strafvordering.

Wat de hoofdbeginselen van het ontwerp van 1828 aangaat, daarin was men, na rijp beraad, van de Fransche wetgeving aanmerkelijk afgeweken. Weliswaar had men de oud-Hollandsche onderscheiding tusschen ordinair- en extraordinair proces niet overgenomen, maar aan de andere zijde had men zich ook scherp verzet tegen de overname der jury uit de Fransche wetten. Ook werd niet overgenomen de buitensporige macht van den rechter van instructie, welke deze in de Fransche wetgeving had: 34)

3:!) Vgl. art. 89 van 1799 en art. 1081 van 1809 met art. 29 van 1926.

34) W. L. F. C. VAN RAPPARD. Het ontwerp van een wetboek van Strafvordering, op zich zelf en in vergelijking met de bestaande fransche wetgeving beschouwd. Zutphen 1828.

Gij verheugt U dan gewis, dat bij den liberalen geest, welke onze Grondwet kenmerkt, het gegronde vooruitzigt bestaat, dat ons nieuw Wetboek van Strafvordering aanmerkelijke verbeteringen zal daarstellen: dat de schromelijke magt van den Franschen Regter ter Instructie zal worden verminderd; dat er meer zorg voor de individueele vrijheid der ingezetenen zal worden gedragen, en dat aan eenen beklaagden de meestmogelijke gelegenheid zal worden verschaft, om zijne verdediging in te brengen. (Bladz. 7; vgl. ook bladz. 82, alsmede De Staatscourant van 2-5-1836, no. 104.)

Brieven over het ontwerp van wetboek van Straf-vordering van Mr. ... (Sasse). 's Hertogenbosch 1829.

Men schijnt tot typus te hebben genomen het fransch Keizerlijk Wetboek van criminele instructie; en dit is, naar mijn inzien, reeds eene groote feil, omdat men aan dit Wetboek als hoofdgebrek, welke al zijne dispositien bezielt, te regt verwijt, dat daarbij de individuele vrijheid der burgeren a la merci, aan de grilligheid en eigenzin der beamten van het openbaar bestuur is overgegeven. Men had, bij het ontwerp, dit Wetboek geheel ter zijde moeten stellen en aan echte vaderlandsche bronnen moeten putten, welke niet ontbreken in de geschriften van onze geleerde landgenooten en vroegere inlandsche gedenkstukken van wetgeving of grondslagen en beginselen daartoe dienende. Men had den liberalen geest onzer Grondwet

Sluiten