Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze veranderingen zijn voornamelijk vastgelegd in de art. 29 en 50, waarbij wordt bepaald dat de verdachte niet op inquisitoire wijze mag worden verhoord en er opmerkzaam op gemaakt moet worden dat hij niet tot antwoorden verplicht is en waarin het vrije verkeer tusschen den gehechten verdachte en diens raadsman practisch onbeperkt wordt toegelaten.

Met het zuiver inquisitoire karakter van het vooronderzoek is gebroken, ook reeds in deze phase van het geding is de verdachte als partij in het proces erkend en zijn hem en zijn raadsman niet onbelangrijke rechten toegekend. De positie van den raadsman is in menig opzicht versterkt; de vrije omgang tusschen hem en zijn gedetineerden cliƫnt is als regel verzekerd 47).

Aan den anderen kant zijn ook de rechten der vervolgende partij, van het Openbaar Ministerie en de overige opsporingsambtenaren, in niet onbelangrijke mate, beter en krachtiger geregeld.

Hierin ligt de hoofdgedachte, die bij de samenstelling van het ontwerp heeft voorgezeten.

De in het kort aangegeven veranderingen weken niet onbeduidend af van de bepalingen in de oude wet. Was toen de verdachte nog steeds een speelbal in handen van den rechter van instructie en werd de verdediger eerst tot den, zich in verzekering bevindenden, beklaagde toegelaten als het vooronderzoek reeds was afgeloopen en werd zoowel de beklaagde als de raadsman, eerst in dat stadium tot inzage der stukken gemachtigd, de wet van 1926 schafte de inquisitoire methode van onderzoek radicaal af en paste voortaan het tegenovergestelde, accusatoire principe van gelijkgerechtigdheid van den verdachte met het O.M. toe:

De verdachte is niet tot antwoorden verplicht (art. 29).

De raadsman heeft vrijen toegang tot den verdachte die in verzekering is gesteld of zich in voorloopige hechtenis bevindt, kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van den inhoud door anderen wordt kennis genomen, een en ander onder het vereischte toezicht (art. 50).

Inderdaad een volledige koersverandering, zoo op het eerste gezicht.

") D. SlMONS, 1 Januari 1926. W. 11438 (30-12-1925).

Sluiten