Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De artikelen 29 en 50 zijn voor de beoordeeling van het karakter van het nieuwe strafproces van essentieele beteekenis. Over geen artikel in het nieuwe wetboek is meer geschreven en gesproken dan over art. 29. Zijn inhoud beslist over het accusatoir of inquisitoir principe in de wet gehuldigd!

Naar de gangbare, meest gebruikelijke terminologie immers, wordt het strafproces dan eerst zuiver accusatoir geheeten als de, met de vervolging belaste autoriteit en de verdachte als zelfstandige, gelijkgerechtigde procespartijen zijn erkend.

De Toelichting op het Ontwerp noemde het karakter van de ontworpen regeling gematigd accusatoir. Gematigd omdat soms de rechten van den verdachte aan beperkende voorschriften moeten worden gebonden, waar vrije uitoefening het belang van het onderzoek te zeer zoude kunnen benadeelen. Zuiver accusatoir is het in zooverre, als de rechter, om tot een onderzoek' over te gaan, heeft te wachten op eene vordering van eene, van de rechtsprekende macht onafhankelijke autoriteit, in den regel van het openbaar ministerie (bladz. 17).

Echter de positie van den verdachte gaf naar de opvatting van verscheidenen aan de regeling eengetemperd-inquisitoirkarakter48).

Getemperd omdat men soms de rechten van de vervolgende partij zal moeten beperken, omdat de gevaren voor mogelijk misbruik te groot lijken tegenover de in aanmerking komende belangen. (Toel. bladz. 17.)

Zelfs werd het verlangen naar een zuiver accusatoir vooronderzoek kenbaar gemaakt.

Bij vele leden — gezegd kan worden, bij de meerderheid, — blijft in sterke mate de wensch levendig, dat er nog eens een weg moge worden gevonden, om ook bij het gerechtelijk voorbereidend onderzoek een accusatoir stelsel te volgen; en derhalve den rechter-commissaris, die daarvan de leiding heeft, op te dragen: functiën van rechterlijken aard, zoodat hij den voor hem gevoerden strijd tusschen vervolger en vervolgde gadeslaat, en daarin op hoofdpunten en op bijzondere punten van strijd moet beslissen, en niet functiën van politioneelen aard, waarbij hij het eigenlijk is, die telkens en telkens weer het initiatief neemt, weliswaar niet tot de eigenlijke vervolging,

4S) Handelingen 2e Kamer Stat. Gen. 1917—1918. Bijlagen 77, no. 1, bladz. 5.

Sluiten