Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprekend, ook nu weer gericht tegen de beide bekende artikelen. Ook na de inwerkingtreding der nieuwe wet waren er die zich met de bepalingen konden vereenigen. Anderen wilden verregaande wijzigingen aanbrengen, het zwijgrecht weer opheffen (v. Schaik) en den raadsman uit het vooronderzoek weren (Besier). Een derde richting liet het zwijgrecht onaangetast maar wilde den derden en vierden volzin van het eerste lid van art. 29 laten vervallen (vaste C. v. Pr. en Strafrecht) en het vrije verkeer tusschen den raadsman en den verdachte, die in preventieve hechtenis zit, opheffen (Marx).

Art. 50, reeds de mogelijkheid openend van den omgang van den raadsman met den gedetineerden verdachte, acht ik een belangrijken vooruitgang. De tegenwoordigheid van den raadsman bij de verhooren van het vooronderzoek, de onmiddellijke kennisneming van de stukken, dit alles zijn nieuwigheden, die men alleen goed apprecieert, wanneer men bedenkt, hoe het vroeger was 56).

De heer van Rappard uitte zijn grieven in de vergadering der Tweede Kamer op 1 December 1927 aldus:

Mijnheer de voorzitter! Ik kom thans tot het bespottelijke artikel, dat in het nieuwe wetboek van Strafvordering een plaats heeft gekregen: art. 29, waartegen ik mij van den beginne af, ook als lid van de Commissie van Voorbereiding, met hand en tand heb verzet.

De practijk heeft bewezen, dat dit een onzinnige bepaling is, en, ik hoop het te bewijzen, ook niet altijd in het belang van den verdachte (bladz. 43).

Taverne toonde zich een voorstander. Naar aanleiding van de felle critiek en het bittere oordeel van van Heynsbergen merkte deze spreker op:

Ik kan er geen andere verklaring voor vinden dan deze, dat de Nederlandsche juridische wereld door dit voorschrift (art. 29) van vreemden oorsprong was overrompeld57).

In de zitting der Tweede Kamer van 1-12-1927 liet dezelfde spreker zich aldus ten gunste van de nieuwe wet uit:

5a) D. SlMONS. Ons nieuw strafprocesrecht 1928. Tijdschrift v. Strafrecht XXXIX.

57) B. M. TAVERNE. Art. 29. Wetboek van Strafvordering in de praktijk. 1928. T, v. S. XXXIX.

Sluiten