Geen zoekvraag opgegeven

  • / 0

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Robespierre met zijn Comité du Salut Public, en dat men moest opkomen voor het individueele belang. Een dergelijke hoon kan thans, wanneer men opkomt voor het gemeenschapsbelang, zeker niet meer verwacht worden 58).

Elders maakten meerdere juristen van naam als Muller59), röling61), Van Sandick62) hunne bezwaren tegen de nieuwe wet kenbaar. Tegen de „nieuwe" leer van Hooykaas en Muller richtte bonger63) zijn scherpe verhandeling.

Van Geuns64) was van oordeel dat het artikel — wel verre van deze ongunstige critiek te verdienen — een der meest heilzame in ons wetboek is.

Onder den drang der oppositie had de minister bij de behandeling der begrooting van Justitie in 1935, in de Eerste en Tweede Kamer de belofte gedaan, dat, ter gemoetkoming aan de gerezen bedenkingen, de indiening van een wetsontwerp zou worden bevorderd. Deze belofte werd in het zittingsjaar 1936—'37 ingelost.

Bij dit wetsvoorstel tot het doen vervallen van den tweeden, derden en vierden volzin van het eerste lid van art. 29 W. v. Sr., vormde de vraag over het al of niet behouden van het zwijgrecht van den verdachte, de groote, domineerende kwestie.

In hoofdzaak werd bij de bestrijding en verdediging van het wetsontwerp teruggegrepen naar dezelfde motieven, welke ook vóór de aanneming der wet van 1921 waren gebezigd. (Handelingen Tweede Kamer 1936—'37, bladz. 1852 vlg.)

De heer Donker was van oordeel dat „door dit wetsontwerp in te dienen de regeering week voor het saboteeren van hare wetten".

5S) Handelingen Ned. Juristen-Vereeniging. 1934, II, bladz. 125. T. v. S.

1934, bladz. 15 vlg.

',!l) N. MULLER. De straf in het strafrecht. Taak en schoonheid der onvoorwaardelijke veroordeeling.

61) b. V. A. röling. Praeadvies Ned. Jur. Ver. 1936, I. bladz. 56. ®2) j. Ch. F. van sandick. De straftoemeting. 's-Gravenhage 1933. C!) W. A. bonger. Het ,.nieuwe" strafrecht. Rechtsgel. Mag. 1935, bladz. 236 vgl.

°4) S. J. M. VAN GEUNS. Verdachte en verdediger in ons strafproces. T. v. S.

1935, bladz. 262.

Sluiten