Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de vraag wat men nu eigenlijk onder een accusatoir of inquisitoir strafproces moet verstaan.

Wordt het onderscheid nu bepaald door de taak van de Overheid bij de handhaving der rechtsorde, of is het de positie van den verdachte in het vooronderzoek en/of ter terechtzitting of vormt de rol die de rechter heeft bij het onderzoek van den verdachte het beslissende punt, of wel alle drie tegelijk!

Van Heynsbergen — wij wezen er reeds op in Hoofdstuk I — was de eerste meening toegedaan:

Want het essentieele van het inquisitoire proces wordt niet weggenomen door de foltering af te schaffen, noch door den beklaagde een raadsman toe te kennen, noch door de aanstelling van openbare aanklagers, waardoor wel een splitsing wordt verkregen tusschen rechter en aanklager, maar toch het initiatief blijft bij de overheid.

Tot zoover is hij historisch juist, maar verder gaand verwart hij weer principe en vorm:

inquisitoir zijn de beginselen, dat de vervolging wordt ingesteld van overheidswege, dat de rechter niet lijdelijk is, maar zelf onderzoekt, dat het onderzoek niet in zijn geheel openbaar en de verdachte voorwerp van onderzoek is. (Bladz. 15.)

Dit noemt hij dan de hedendaagsche opvatting.

Volgens van apeldoorn verstaat men (ook hedendaagsche opvatting!) onder „accusatoir" beginsel van het sfra/proces, dat aanklager en beklaagde tegenover elkaar staan als gelijkgerechtigde partijen, welke voor den onpartijdigen rechter den rechtsstrijd voeren. (Vlg. bladz. 16.)

Dus een zuiver privaatrechtelijke definitie, passend voor een tijd toen publiek- en privaatrecht nog niet gescheiden waren. Verder wordt het strafproces „inquisitoir" genoemd wanneer de functies van vervolger, aanklager en rechter in één persoon vereenigd zijn.

Dat is echter de formuleering die men ± 1840 in Duitschland voor het strafproces bezigde.

Passen we de definitie van van heynsbergen toe op ons huidig strafproces, dan is dat ongetwijfeld inquisitoir; want de strafvervolging gaat nog steeds uit van de Overheid, de rechter neemt actief deel aan het vinden der waarheid en de verdachte is nog steeds, ondanks art. 29, object van onderzoek.

16

Sluiten