Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de „gedingen" in burgerlijke zaken op de terechtzitting in het openbaar zullen worden gehouden. Hier wordt dus de openbaarheid voorgeschreven van al hetgeen aan de beslissing vooraf gaat. De vraag is echter: wat moet er hier onder „gedingen" worden verstaan. Op dit punt heerscht volkomen eenstemmigheid. Onder „gedingen" is hier nog nooit door iemand iets anders verstaan dan: contentieuse procedures. De aan de beslissing voorafgaande behandeling van zaken van vrijwillige rechtspraak is dus in deze artikelen niet geregeld, zoodat ook ten aanzien daarvan het beginsel der openbaarheid mag worden verworpen, tenzij de wet bepaaldelijk het tegendeel mocht voorschrijven6). Tot deze slotsom zou men overigens toch reeds hebben moeten komen ten aanzien van die overgroote meerderheid van procedures van vrijwillige rechtspraak, waarbij de beslissing niet in het openbaar wordt uitgesproken; het is immers ondenkbaar, dat men na een openbare behandeling de beslissing niet in het openbaar zou uitspreken.

Jurisprudentie, practijk en literatuur.

De Hooge Raad gaat volkomen met het hierboven door mij verkregen resultaat accoord, getuige zijn arresten van 12 Maart 1858 W. 1940 en van 1 September 1864 W. 2617; hij bezigt hiertoe echter een andere redeneering. Het arrest van 1858 heeft betrekking op art. 764 (oud) W.v.K.; de wet sprak hier van „vonnissen", doch liet zich niet, zooals nu in art. 4 F.w., uit over het al of niet uitspreken van dit „vonnis" in het openbaar. I. c. was zulks niet geschied en daarvan was een cassatiemiddel gemaakt, steunende op de artt. 156 Grw., 20 R.O., 59 R.v. en 764 W.v.K.. De Hooge Raad overwoog nu:

„dat de rechterlijke beslissing, waarbij een koopman wordt „verklaard te zijn in staat van faillissement, zoowel bij art. „764 K. als in onderscheiden andere artikelen van dat wetboek „wordt genoemd een vonnis; dat echter het al - of niet - gegronde „van dit middel daarvan afhangt, of het woord vonnis, zooals dit „voorkomt in de 3 eerst, bij dit middel aangehaalde bepalingen, moet worden opgevat in de ruimste beteekenis van dit

•) Dit laatste neemt zelfs de Pinto, t. in 4) a.p., aan.

Zie bijv. de artt. 152, 185 en 187 F.w.

Sluiten